Michiel Ykema

Michiel Ykema (1972), senior consultant Group Business Change & Development, is sinds 1998 in verschillende functies actief binnen Delta Lloyd Groep. Zo heeft hij sinds 2000 binnen verschillende onderdelen van de Groep gewerkt als intern organisatieadviseur. Hij houdt zich veelal bezig met ingrijpende verandertrajecten binnen een of meer bedrijfsonderdelen. Michiel studeerde technische bedrijfskunde aan de Haagse Hogeschool en verandermanagement aan de Vrije Universiteit.

15 oktober 2009, door Michiel Ykema

Survival of the fittest

Zoals ondertussen door weinigen gemist zal zijn, is 2009 uitgeroepen tot het Darwinjaar. Charles Darwin werd 200 jaar geleden geboren en gaf 150 jaar geleden The Origin of Species uit. Hierin beschreef hij hoe soorten zich aanpassen aan veranderende omstandigheden en zo hun kansen op overleven vergroten.

Survival of the fittest

Ook organisaties kunnen wat van Darwin leren: ook zij moeten zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Voor financiële dienstverleners komen deze veranderingen van verschillende kanten en in hoog tempo. De overheid stelt vanuit haar wetgevende en toezichthoudende rol strenge eisen. Zeker bij organisaties die staatssteun hebben ontvangen, kijkt de hele maatschappij kritisch mee. Tegelijkertijd vragen consumenten om transparante en goedkope producten, die via (combinaties van) verschillende kanalen af te sluiten zijn. Dit stelt weer eisen aan het inzetten van technologie.

De uitdaging voor organisaties is hoe te zorgen voor de juiste ‘fit’ tussen de organisatie en de omstandigheden. Michael Goold en Andrew Campbell van het Ashridge Strategic Management Centre in Londen geven in een artikel in de Harvard Business Review negen vragen die bedrijven zich bij het ontwerpen van hun organisatie zouden moeten stellen. In de praktijk zijn deze vragen een goede toets (en checklist) gebleken om het ontwerp van organisaties te beoordelen. Hieronder staan zes van deze vragen zeer beknopt beschreven.

1. Stuurt het ontwerp van de organisatie voldoende managementaandacht naar de bronnen van concurrentievoordeel in elke markt?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet een organisatie weten wat haar concurrentievoordeel is. Wat kan ons bedrijf nu echt duurzaam beter dan de anderen?
In mijn omgeving merk ik dat het mensen (met name particulieren) weinig uitmaakt waar ze bankieren of verzekerd zijn. Er zijn wel uitzonderingen, zoals een bevriende ondernemer die voor zijn pensioencontract Delta Lloyd heeft gekozen vanwege de goede aansluiting op zijn bank, Triodos. Die bank is op zijn beurt weer gekozen om ideële redenen.

2. Helpt het ontwerp van de organisatie het moederbedrijf om waarde toe te voegen?

Achter veel merken op de financiële markt zit een beperkt aantal moederbedrijven. Zo’n moeder kan een belangrijke steun zijn voor de onderliggende merken en bedrijfsonderdelen. De uitdaging voor de moeders is om er voor te zorgen dat de onvermijdelijke kosten van het moederbedrijf leiden tot zo hoog mogelijke baten voor de dochters en/ of het gehele concern.

3. Reflecteert het ontwerp van de organisatie de sterkten, zwakten en motivatie van haar mensen?

Organisaties zijn niet los te zien van de mensen die er werken. In Nederland kan je (gelukkig!) niet je personeel vervangen als de omstandigheden veranderen. Hierdoor hangt het succes van een organisatie sterk af van de mensen. Maken we gebruik van hun kracht? En kunnen en willen zij veranderen als de omstandigheden dat vragen?

4. Is bij het ontwerpen van de organisatie rekening gehouden met de implementatie?

We hebben het plan, het ‘harkje’ is getekend. Nu moet het alleen nog ‘even’ werkelijkheid worden. Dat blijkt vaak weerbarstig. Moeilijkheden uit mijn praktijk variëren van een lange doorlooptijd van formaliteiten voor een wijziging van juridische structuur tot het niet tijdig plaatsen van telefoons op de bureaus van de medewerkers.

5. Beschermt het ontwerp van de organisatie eenheden die een specifieke cultuur nodig hebben?

Op de financiële markten stellen klanten verschillende eisen. Zij willen bijvoorbeeld innovatieve maar goedkope producten. Veel bedrijven zetten in op kostenbesparing om de prijs laag te houden. Maar innovatie vraagt om een andere cultuur dan kostenbeheersing. Hoe ga je daar mee om?

6. Levert het ontwerp van de organisatie flexibiliteit?

Zullen de veranderingen in onze branche op korte termijn stoppen? Ik zie geen reden om dat aan te nemen. Een van de kernfuncties van onze organisaties is daarom dat zij in de toekomst steeds beter met verandering om kunnen gaan. Als ‘verandering de enige constante’ is, zijn die organisaties ‘the fittest’.

In de komende tijd zal ik op bovenstaande vragen antwoorden zoeken. Ik nodig lezers van dit blog uit hun ideeën daarover te delen.

Terug naar boven