Redactie Q

23 augustus 2010, door Redactie Q

Consumentenmacht met ‘Move Your Money’

Met de publicatie op 29 juni jl. van het rapport van de commissie Onderzoek DSB Bank, onder voorzitterschap van professor Michiel Scheltema, kwam ook de kwestie Lakeman weer in beeld. Lakeman, voorzitter van de Stichting Hypotheekleed, riep indertijd DSB-spaarders op hun geld weg te halen. In hoeverre heeft die oproep bijgedragen aan de ondergang van het imperium van Dirk Scheringa? Niet veel, volgens Scheltema, want de bank stond al op instorten, maar evengoed vindt hij dat dergelijke oproepen vanwege de verregaande impact strafbaar zouden moeten worden.

Spaarders die allemaal tegelijk hun geld weghalen veroorzaken de ondergang van een bank en consumenten worden daar uiteindelijk ook zelf de dupe van. Maar de consumentenmacht van weggaan bij een bank valt ook wel slimmer in te zetten, zoals de liberale Adriana Huffington van de gezaghebbende Amerikaanse opinie-website The Huffington Post laat zien. Diep teleurgesteld dat de Amerikaanse regering het niet voor elkaar krijgt om de macht te breken van de grote banken die verantwoordelijk waren voor de kredietcrisis, is zij samen met anderen in december 2009 ‘Move Your Money’ gestart. Een beweging die consumenten en organisaties overhaalt om hun geld naar kleinere, ’community’ banken over te brengen. Met andere woorden: consumenten kunnen hun macht inzetten om dat voor elkaar te krijgen wat de regering niet lukt: het monopolie doorbreken van de ‘’Too-Big-To-Fail-Banks’ (denk aan Citibank, Bank of America, JPMorgan Chase en Wells Fargo).

invest-in-main-street-not-wall-street

move-your-money

Het lijkt te werken: in de eerste drie maanden van de campagne werd al 5 miljard (!) dollar overgeheveld van de Wall Street megabanken naar lokale banken. Move Your Money is daarmee hard op weg een nationale beweging te worden. Zelfs overheden doen mee, zoals de staat Massachusetts die 112 miljoen dollar heeft verplaatst en heeft aangekondigd dat met nog eens 130 miljoen te gaan doen. Ariana Huffington formuleerde het onlangs zo bij CNN: ‘Het gaat erom mensen een keuze te geven. Als ze hun geld naar community banks en credit unions overzetten, die niet verantwoordelijk zijn voor de kredietcrisis, dan steun je niet alleen jezelf en je familie, maar ook de gemeenschap.’

Zie hier het interview met Ariana Huffington op CNN.

05 augustus 2010, door Redactie Q

Leerlingen worden bankier

Als je 300 niet door 2 kan delen, zou je dan wel een lening mogen krijgen? Of als je niet weet wat 10 procent van 1000 is? Dat zijn vragen die worden opgeroepen door een nieuwe studie, onder leiding van professor Stephan Meier van Columbia University. De uitkomsten van het onderzoek, gepubliceerd in juni 2010, waren niet echt verrassend, maar evengoed iets om over na te denken: mensen die niet kunnen rekenen blijken twee keer vaker slachtoffer te worden van ‘foreclosures’ (huisuitzettingen door niet meer op te brengen hypotheekbetalingen) dan mensen die dat wel kunnen. Waarbij moet worden aangetekend dat het aandeel mensen die echt niet kunnen rekenen 21 procent vormde van het totaal aantal onderzochte mensen. En dat houdt in dat we hier dus ook te maken hebben met hoogopgeleide mensen.

Het is het zoveelste bewijs dat het opleiden van mensen in financiële vaardigheden verschrikkelijk belangrijk is. Onder meer de Delta Lloyd Groep Foundation is daar dan ook sterk mee bezig, met onder meer onderwijs en praktische hulp. In New York doet de bank Capital One het op een bijzondere manier: door studenten van high schools in sociaal achtergestelde buurten zélf banken te laten runnen. Zoals op de Thurgood Marshall Academy for Learning and Social Change in Harlem, waar de meeste leerlingen zwart of Latino zijn.
Volgens een artikel op consumentensite MyBankTracker zijn deze banken op scholen echte banken, waar leerlingen en docenten bankrekeningen kunnen openen en onderhouden. De banken worden begeleid door een lokale Capital One manager. Om ‘bankier’ te kunnen worden, moeten leerlingen een zomerprogramma volgen van 6 tot 8 weken, ze krijgen een training in een van de Capital One kantoren en ze brengen ook nog een week door op een lokale universiteit. Daarna gaan ze als bankier aan het werk en onderwijzen ze hun medeleerlingen over geldmanagement en andere financiële zaken. Ze worden daarmee als het ware zelf de ambassadeurs van het financiële educatieprogramma. Goed idee voor Nederlandse banken?

student-banker-michael-booker-origineel
Student Bankier Michael Booker

19 juli 2010, door Redactie Q

Financiële zoekacties op internet zeer populair

Dat consumenten tegenwoordig op internet het aanbod van financiële dienstverleners kunnen vergelijken, heeft grote invloed op de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. De klant eist heldere, eenvoudige en goedkope producten? Zorg maar dat je het levert, anders is de klant alweer met een muisklik naar de volgende aanbieder verhuisd.
En de klant maakt gretig gebruik van zijn nieuwe mogelijkheden. Ondanks alle verhalen en berichten over de desinteresse die mensen vertonen in hun financiële zaken, blijken juist financiële zoekacties op internet zéér populair. Volgens Henri Gentis, directielid van Google Nederland en adviseur voor de financiële sector op het gebied van internetstrategieën, wordt zelfs nog vaker de zoekterm ‘autoverzekering’ ingevoerd dan de zoekterm ‘Obama’. In een interview met VVP Weekblad voor financiële dienstverlening stelde hij onlangs dat 63 procent van de Nederlandse consumenten zich online oriënteert voor een productaankoop. Een zoekterm als Rabobank wordt elke maand zo’n 3 miljoen keer gebruikt. Woekerpolis werd alleen al in april 18.000 keer opgezocht, en Ditzo 22.2000 keer. En, het zal niemand verbazen, de prijs voor de sterkste stijging in de zoekterm-populariteitspoll gaat naar Brand New Day.

obama-google-q-blog

Met meer dan 90 procent van de Nederlanders online, die gemiddeld ook nog eens een dikke 10 uur per week op internet doorbrengen, ligt hier volgens Google directeur Gentis een grote kans om het kwijtgeraakte vertrouwen van consumenten in financiële dienstverleners terug te winnen. Want: je kunt juist op internet verregaand transparant zijn en werkelijk inzicht bieden.
Op de eerder door ons gesignaleerde site van Gewoon…Doen! gaat Gentis daar verder op in. Zijn toekomstvisie: ‘De beste financiële dienstverleners zullen de consument snel, simpel en transparant in staat stellen het beste product uit te zoeken. (…) Consumenten geven feedback over producten en service, financiële dienstverleners geven advies en service via verschillende platformen. Op YouTube volg ik dagelijks het beleggingadvies en ik stuur het door naar mijn vrienden. Ik zie op Facebook waar ik de beste service krijg en vind recensies van hypotheekadviseurs bij mijn zoekresultaten op Google.’

Dat laatste kan overigens al. Op ‘Zoek hypotheekadviseur´van Independer kunnen consumenten sinds kort supersnel zien welke adviseur bij hen in de buurt is en hoe deze wordt beoordeeld.

29 juni 2010, door Redactie Q

Vooruitstrevend denken in de financiële dienstverlening

In december 2009 verscheen een online en gedrukt magazine Gewoon…Doen!! een bundeling verhalen over ondernemen op een nieuwe manier. Het idee: een blad à la You Tube, waarin 100 ondernemers hun ervaring of hun visie delen. Doel: een brug slaan tussen zingeving, bezieling en ondernemerschap.
Het succesvolle initiatief inspireerde in ieder geval drie mannen uit de financiële wereld, Ivo Valkenburg (Spirit in Finance), Willem Vreeswijk (VVP) en Wim Assink (Banking Review), om eenmalig iets gelijksoortigs op te zetten. En zo verscheen op 1 juni
Gewoon…Doen! Schaamteloze ideeën voor een nieuwe financiële wereld.
Zowel online en als download pdf, en ook nog gedrukt te bestellen.

De drie vonden 90 ‘ambassadeurs van de nieuwe financiële wereld’ bereid hun ideeën en best practices te delen. De initiatiefnemers: ‘We zijn trots dat deze ambassadeurs laten zien waar de financiële sector óók voor staat (…) Een nieuwe financiële wereld die bijdraagt aan het welzijn van klanten, medewerkers en een gezonde economie voor mens, natuur en samenleving.’

Zo pleit Richard Weurding, algemeen directeur Verbond van Verzekeraars, ervoor om een ‘chief consumer officer’ te benoemen in de top van de financiële instellingen. De ceo van AEGON, Marco Keim, wil dat verzekeraars samen met politiek, onderwijs, werkgevers en consumentenorganisaties gaan werken aan een betere voorlichting over pensioen. Rob Goedhart (die vroeger werkte bij de Consumentenbond) wil graag dat er geldzaken worden geopend in winkelstraten waar consumenten met vragen over geldzaken terechtkunnen voor objectieve voorlichting. Best beoordeelde bijdrage is die van Paul Aantjes . Aantjes, Market Development Manager Financial Services bij Ricoh, stelt dat slimme informatielogistiek, een ondergeschoven kindje in de financiële dienstverlening volgens hem, leidt tot betere dienstverlening en tevreden, loyale klanten. ‘We werken aan het opbouwen en herstellen van het vertrouwen dat juist in de bancaire- en verzekeringssector zo belangrijk is. Dat je als klant belt en weet dat je informatie veilig en vertrouwelijk wordt behandeld. Dat je meteen te woord wordt gestaan door iemand die weet waar je het over hebt.’

gewoon-doen-cover-uitsnede-460w

Gewoon… Doen! vormt ook de basis voor het New Financial Forum, dat zal plaatsvinden op 30 september 2010 in Den Haag. Een ‘grensverleggende congresdag met best practices, dialoog en inspiratie over het Nieuwe Bankieren, het Nieuwe Verzekeren, het Nieuwe Beleggen en het Nieuwe Adviseren.’ Onder andere gesteund door Delta Lloyd. Inschrijven kan nog, op de website.

16 juni 2010, door Redactie Q

Oudere jongeren

In de NRC Next 14 juni een opbeurend artikel over nieuwe dienstverlening aan ouderen: Vertroetel Je Ouders zorgt tegen betaling voor leuk en interessant gezelschap voor je eenzame of dementerende ouders waar je niet elke dag langs kunt gaan. Quality time op maat. Je plaatsvervanger gaat samen met je moeder quatre-mains van Schubert spelen, met je vader een borrel halen in de kroeg, of gewoon een luisterend oor bieden voor een verhaal wat al tien keer is verteld.
Oprichter Tom Crouse zegt de dienst te hebben opgezet uit de behoefte iets te doen wat ertoe doet, maar zeker is ook dat hij heel goed snapt waar het naartoe gaat met de wereld. Die vergrijst in rap tempo. In Nederland bijvoorbeeld zullen er in 2020 maar liefst 7 (!) miljoen 50-plussers zijn, waarvan zo’n 3,5 miljoen ouder dan 65, en die vormen met zijn allen natuurlijk een razend aantrekkelijke doelgroep voor nieuwe producten en diensten. Helemaal omdat deze groep als geheel ook steeds gezonder wordt, steeds langer leeft, langer actief blijft, en dus meer wil en kan besteden.

De jeugd heeft de toekomst en jong is aantrekkelijker dan oud. Maar je nu als productontwikkelaar en marketeer uitsluitend richten op die sexy doelgroep betekent feitelijk dat je steeds meer in de marge opereert. Er valt een wereld te winnen als je meesurft op de grijze golf.
De initiatieven zijn echter mager, ook op het gebied van financiële dienstverlening. Terwijl, zoals bekend, een heel groot gedeelte van het vermogen van Nederland in de sok zit van de oudere consument. Webcommunities, zoals het door Achmea opgezette online netwerk voor senioren, zijn een goed begin, ook omdat ze helpen kennis over de doelgroep binnen te halen. Want die blijkt vaak drastisch anders in elkaar te steken dan jongere doelgroepen. Om een voorbeeld te noemen: als ervaren consument doorzien ze snel de verkooptrucs van marketeers (aldus een onderzoek van CBW Mitex branche organisatie van ondernemers). Ook interessant: het gaat hen niet om het ‘hebben’ van spullen, maar om het ‘beleven’ ervan.

rolling-stones-360-jpg

Toch zou er misschien eerst eens iets moeten worden gedaan aan de definitie van ouderen. Wie senioren omschrijft als 55-plus, of zelfs 50-plus, maakt een slechte start met ouderenmarketing. Ouderen, zo blijkt steeds weer, willen en kunnen zichzelf niet herkennen in de vriendelijke grijze bejaarden uit advertenties en brave doelgroepbladen als Plus. Dat wisten zelfs 20 jaar geleden – dit is even voor de echte ouderen onder ons – Koot en Bie al met hun ‘oudere jongeren’: de eeuwig onder wietinvloed verkerende Koos Koets en punker Robbie Kerkhof. Bijna alle senioren voelen zich jonger dan ze daadwerkelijk zijn. En die 50-plusser heeft daar ook eigenlijk wel gelijk in. Want bij een levensverwachting van gemiddeld 85 jaar is het natuurlijk merkwaardig om iemand van 55 als oud en bejaard te benaderen. Bedenk dan als marketeer even dat zelfs de Rolling Stones de 60 al zijn gepasseerd: dan ga je op hun jongere leeftijdgenoten toch geen busreisjes naar Spa en cruises op de Rijn loslaten? Die ouderen zitten gewoon nog op de Harley-Davidson (al schijnen die motoren tegenwoordig wel voorzien te kunnen worden van een verwarmde zetel). Wil je die miljoenen potentiële klanten succesvol benaderen, dan is het dus zaak eerst de juiste toon te vinden.

grandpa-motorbike-360

01 juni 2010, door Redactie Q

Dag en nacht praten met je klanten

We stelden het al eerder vast: het gebruik van social media neemt fenomenale proporties aan. Zie ook ons magazine Q2 2010. Het Belgische buro Insites Consulting deed onderzoek naar het gebruik – 72 procent van de internetters is lid van minstens één social network, en dan heb je het dus over wereldwijd 940 miljoen gebruikers! - en kwam ook met verrassende gegevens over de relatie tussen merken en consumenten op social media.
Let op: meer dan de helft van de internetgebruikers beschrijft wel eens positieve of negatieve ervaring met merken of bedrijven op sociale netwerksites. Bovendien zijn ze ook benieuwd naar de reacties van bedrijven op hun feedback. Vier op de tien gebruikers vindt communicatie van merken op sociale media geloofwaardig. Als merken op een eerlijke en open manier met consumenten praten via sociale media, wordt dit gewaardeerd. De geloofwaardigheid is nog hoger als de informatie over merken geschreven wordt door een andere consument: 88 procent van alle consumenten hecht veel geloof aan de feedback van andere consumenten bij het nemen van belangrijke beslissingen.

Volgens Steven van Belleghem, partner van InSites Consulting en schrijver van het onlangs verschenen boek ‘De Conversation Manager’, heeft dat alles een enorme impact op merken. ‘Jammer genoeg zijn er nog weinig bedrijven die hun marketing- en communicatiestrategie afstemmen op deze trend bij consumenten.’ Doodzonde, vindt hij, want juist hiermee kan een onderneming echt een relatie met klanten opbouwen. En dat is toch wat er op dit moment, zeker in de financiële wereld van na-de-crisis, het meest wordt gezocht.
‘Als merk kan je zelf praten met je fans via online netwerken, maar het is nog krachtiger als je erin
slaagt consumenten over je merk te laten praten. Het vergt als merk een structurele verandering in communicatiefilosofie om hierop in te spelen en consumenten te kunnen activeren,’ aldus Steven van Belleghem. In zijn boek De Conversation Manager, ondertussen vertaald en wereldwijd zeer gewaardeerd, gaat hij dieper in op deze online en offline conversaties over merken. Hij geeft de argumenten om met klanten in gesprek te gaan, goed onderbouwd door eigen onderzoek, en legt stap voor stap uit hoe bedrijven van ‘zenden’ naar ‘converseren’ kunnen gaan. Zie ook zijn website en deze korte film.

steven-van-belleghem

In een interview in het Tijdschrift voor Marketing (mei 2010) stelt Van Belleghem dat bedrijven wel aan de slag willen met social media, maar met veel tegenzin. Ze zijn bang om in de etalage te staan. En dat is ook zo: ‘Je kunt tegenwoordig niets meer geheimhouden, er is altijd wel iemand in de community die door je verhaal heenprikt. Dat betekent dat je volledig transparant moet willen en durven zijn.’ Hij raadt bedrijven daarom aan niet te snel actief te worden op social media. Ga eerst maar eens heel goed luisteren: verzamel uitspraken van mensen over je producten, over de manier waarop je werkt. Organiseer die informatie, analyseer de gesprekken. En gebruik dat liefst om eerst te bevestigen dat er veel goed gaat: dat motiveert de medewerkers. En zie de internetconversaties ook als inspiratie tot vernieuwing.

Wie trouwens direct wil zien hoe negatieve conversaties aan je merk tornen, moet maar eens een kijkje nemen op de site van Uitgekotst.nl. Ook bijzonder informatief als je wilt weten hoe het niet moet: het onderzoekje dat de NOS zojuist deed naar het twittergedrag van politici in verkiezingstijd. Exposure willen ze allemaal, maar bijna geen enkele lijsttrekker neemt de moeite zijn volgers te antwoorden op vragen. Een beschamend slechte beurt dus, die door de NOS breed op televisie werd uitgemeten!

18 mei 2010, door Redactie Q

Het DNA van grote vernieuwers

Wat maakt zeer succesvolle ondernemers als Steve Jobs van Apple of Jeff Bezos van Amazon.com zo visionair en innovatief? Waarom zien zij kansen waar anderen zitten te slapen? Welk benijdenswaardig DNA bezitten zij? Duidelijk is dat er iets in deze mannen is dat hen onderscheidt van de meeste van hun collega’s en dat dat ‘iets’ voor ondernemingen – binnen welke sector dan ook - het verschil kan maken tussen winnen en verliezen. Voor de hoogleraren Jeffrey Dyer (Wharton Business School), Hal Gregersen (INSEAD) en Clayton Christensen (Harvard Business School) vormde het in ieder geval interessant onderzoeksmateriaal. Zes jaar lang volgden zij 3000 ‘creative executives’ en daarnaast hielden ze nog zo’n 500 diepte-interviews, allemaal om onderscheidende factoren te kunnen definiëren en toepassen.

apple-knit-350-x-258

Ze vonden er vijf, zo meldden ze een paar maanden geleden in een artikel in de Harvard Business Review. De onderzoekers noemen het ‘discovery skills’ en ondernemingen kunnen hun innoverend vermogen aanzienlijk vergroten als ze mensen met deze vaardigheden bewust en continu inzetten. De eerste eigenschap die alle innovatieve leiders tonen: ze kunnen associëren, een eigenschap die creatieve mensen in staat stelt om zinnige verbanden te leggen tussen vraagstukken en ideeën die ogenschijnlijk weinig met elkaar hebben te maken. De tweede vaardigheid: ze blijken allemaal uitstekend vragen te kunnen stellen: wie steeds weer vraagt naar het waarom, of het waarom niet, of naar wat als…, schudt de status quo op en opent nieuwe vergezichten. Het vermogen om heel scherp naar details te kijken, is de derde vaardigheid. Vooral in het observeren en analyseren van menselijk gedrag zijn innovators bijzonder goed. De vierde is het willen en kunnen experimenteren: altijd zijn deze leiders bezig met nieuwe werelden ontdekken. En tenslotte de vijfde vaardigheid: ze zijn allemaal heel goed in netwerken met slimme en talentvolle mensen met wie ze vaak weinig gemeen hebben, maar van wie ze veel kunnen leren.

In een eerder interview leggen de professoren uit welke van de eigenschappen ze het belangrijkste vinden. Het vragenstellen is cruciaal, want blijkt te werken als een aanjager van alle andere skills. Maar het vermogen tot associëren is de echte sleutel tot innovatie: ‘New ideas aren’t created without connecting problems or ideas in ways that haven’t been connected before.’ Als je het in één woord zou moeten samenvatten, zo stellen ze, dan zou het zijn ‘inquisitiveness’. Met andere woorden: innovatieve leiders zijn en blijven nieuwsgierig en leergierig als een kind.

En dat laatste is ook meteen het probleem: in elke organisatie troffen de onderzoekers zeker zo’n 15 procent aan zeer talentvolle, innovatieve managers aan, maar veel van hen waren bang om met hun vragen en leergierigheid als dom en onervaren te worden beoordeeld. Ze hebben al jong geleerd dat de juiste antwoorden meer worden gewaardeerd dan uitdagende vragen. Tenzij je natuurlijk werkt voor een bedrijf als Apple of Google.

Op YouTube staat een filmpje waarin professor Gregersen het nog eens in een interview toelicht.

03 mei 2010, door Redactie Q

De nieuwe consument wil ondersteuning en verzorging

Volgens trendonderzoekers Trendwatching.com is dienstverlening het nieuwe succesverhaal. Nog nooit is het volgens hen zo belangrijk geweest om je als merk te richten op dienstverlening, meer dan op producten. De hedendaagse pragmatische consument, gestressed en afgemat en altijd in tijdgebrek, hunkert namelijk naar dienstverlening en verzorging. Gewoon offline, in het dagelijks leven, maar vooral ook online. En mobiel internet, de revolutie die nu dan na jaren van beloftes eindelijk echt doorzet, maakt het mogelijk om heel veel uitermate relevante diensten te leveren, altijd en overal.

Het Nederlandse Trendwatching.com, een van de meest gerenommeerde trend bureaus ter wereld dat maandelijks trendbriefings uitstuurt naar zo’n 160.000 ontvangers, heeft het in de briefing van april over Brand Butlers. Een aardige term omdat deze trend wordt omschreven als ‘focussen op het ondersteunen van consumenten bij het optimaliseren van hun dagelijkse leven’. Terwijl er vroeger eerder sprake was van het verkopen aan consumenten van een lifestyle.

Een paar voorbeelden? Denk online aan banken als de ING en Rabobank, die met iPhone apps klanten snel de weg wijzen naar saldo, diensten en pinautomaten. Aan services die consumenten de toegang tot meer informatie geven, zoals – om maar eens wat simpels te noemen - Domino’s Pizza tracker, die je je pizza laat volgen vanaf bestelling tot bezorging. Of die je helpen aan lagere prijzen, zoals Virgin doet door op eenvoudige wijze het delen van taxi’s mogelijk te maken. Of die je verzekeringszaken ondersteunen, zoals de OHRA dat doet met haar AutoApp. De mobiele internettoepassingen helpen je zaken te vinden, mensen en zaken met elkaar in contact te brengen, je kennis en vaardigheden te vergroten, je leven te verbeteren.

De nieuwe consument wil ondersteuning en verzorging

Maar ook offline draait het om diensten. Winkels als een Adidas store in Tokyo die naast schoenen ook lockers, douches en workshops biedt. Lounges, booths en café’s op openbare plaatsen als vliegvelden, met door merken verzorgde faciliteiten. Of aanwezigheid met allerlei services op festivals.
Geen budget om je als dienstverlener op het ontwikkelen van nieuwe diensten te storten? Doe dan maar eens een deel van die oude reclame- en marketing activiteiten de deur uit en gebruik het geld dat vrijkomt hiervoor, zegt Trendwatching.com. ‘Want dit gaat over het veranderen van marketing in dienstverlening en dat is echt een van de belangrijkste ontwikkelingen nu.’

22 april 2010, door Redactie Q

Tsjirp, tsjirp, chirp…

En dan gaan we het nu toch nog een keer over Twitter hebben hier.
Een paar maanden geleden leek de groei er wat uit te zijn en al die aandacht voor Twitter en voor hoe belangrijk Twitter wel niet voor het bedrijfsleven was toch wat overdreven. Natuurlijk, de snelle opkomst en grote populariteit van Twitter had weer eens laten zien hoeveel impact social media kunnen hebben, maar de internationale babbelbox zou waarschijnlijk wel aan eigen succes ten onder gaan. Toch?
Niet dus. Op CHIRP, The Official Twitter Developer Conference, die op 14 en 15 april plaatsvond in San Francisco, werden hele andere conclusies getrokken. Twitter blijft maar groeien en heeft ondertussen niet minder dan 105 miljoen gebruikers! Elke dag komen er maar liefst 300.000 bij. En elke maand zijn er meer dan 180 miljoen unieke bezoekers. Met 19 miljoen zoekopdrachten is Twitter ook nog eens de tweede zoekmachine ter wereld geworden (na Google natuurlijk). Kortom: ‘Twitter is here to stay!’

Op de website van het magazine voor innovatieve business Fast Company staat een verslag. Daarin ook deze ‘stats’, die cijfers om op te scheppen die volgens de Fast Company schrijver tegenwoordig vast onderdeel zijn van elke technologische conferentie, zoals er in elke hip-hop song altijd wel ergens over geld wordt opgeschept.
Lees daarin ook over het Twittersucces dat zijn weg al naar de kranten heeft gevonden: het Amerikaanse Library of Congress gaat alle, echt alle, publieke tweets opslaan en toegankelijk maken voor research.

Chirp

Wie nog eens wil zien hoe Twitter nou precies werkt: zie dit filmpje wat we een paar weken geleden hier op Q hebben gezet.

08 april 2010, door Redactie Q

Heldere taal over social media

Het zal zelfs digibeten niet zijn ontgaan dat het gebruik van social media zich razendsnel verspreidt. Netwerksites als Hyves, Facebook, Flickr, YouTube, LinkedIn, Twitter, om maar een paar van de grootste te noemen, kennen allemaal enorme en groeiende aantallen gebruikers. Er worden gigantische hoeveelheden informatie verspreid, uitgewisseld en gedeeld, 24 uur per dag en wereldwijd. Vooral de jongste generatie internetters is vele uren per dag bezig op social media, zeker nu dat via de iPhone en andere smart phones ook nog eens mobiel en dus altijd en overal kan.

Toch is het moeilijk om precies de invloed en impact te overzien van deze ontwikkeling. Het is lastig om de realiteit achter de cijfers te begrijpen. Wat vooral niet altijd goed wordt onderkend is dat het gaat om veel meer dan alleen technologische vernieuwing: de nieuwe mogelijkheden om ons met elkaar te verbinden, zorgen voor culturele aardverschuivingen. De maatschappij verandert erdoor: het gedrag van mensen, de relaties tussen mensen onderling, de verbindingen tussen mensen en bedrijven, en tussen mensen en de maatschappij.

Erik Qualman, marketing man, schreef er het vorig jaar gepubliceerde boek Socialnomics over: ‘How social media transforms the way we live and do business.’ Bij verschijning zette Qualman ook een video op YouTube: Social Media Revolution. Het filmpje had al snel meer dan een miljoen ‘views’, en bewees daarmee meteen zijn punt. Want zo werkt dat in social media: als iets opvalt en goed is, verspreidt het zich razendsnel via mogelijk miljoenen gebruikers. ‘Ik wilde mensen aan het denken krijgen over social media,’ zei Qualman in een interview met David Wenger van de McCombs School of Business (University of Texas). ‘Is het een hype of de volgende revolutie? (-) De film geeft keiharde cijfers die aantonen dat we te maken hebben met de grootste ontwikkeling sinds de Industriële Revolutie.’

Bekijk deze video, waarmee Erik Qualman je in 4 minuten overtuigt met een bombardement aan verbazingwekkende gegevens:

De cijfers van Erik Qualman zijn vooral Amerikaans, al zegt dat in deze ‘connected’ wereld niet veel meer. Maar voor een vertaling naar Europa is er een wat rustiger opgezet en verhelderend filmpje van het Duitse marketingbureau KMF: Social Media in Europe and Germany:

En als al die cijfers en toepassingen het hoofd doen duizelen, terwijl je eigenlijk als niet-gebruiker nog niet eens weet wat social media nou precies zijn, ga dan naar de prachtige ‘In Plain English’ - filmpjes van het jonge videobedrijf Commoncraft. Zoals Social Media In Plain English.
Of deze, over Twitter.

Terug naar boven