Archief ‘Marketing’

Artikelen in deze categorie:

12 juli 2010, door Diederick van Thiel

Survival of the fittest!

Nederlanders trekken zich massaal terug in social media als ze willen weten wat de beste oplossing is voor hun financiële vraagjes. Krijg je een erfenis, ga je een huis kopen, wil je slim sparen of beleggen; het zijn allemaal onderwerpen waarvoor mensen te rade gaan bij elkaar. De reden hiervoor is dat het vertrouwen in de financiële wereld op een dieptepunt is beland. Dit blijkt uit de NPS (Net Promotor Score; bron MiCompany; Metrixlab) van 5,8 voor de Nederlandse financiële sector als geheel. Mensen hechten anno juni 2010 meer waarde aan de ervaringen van vrienden en familie dan aan de deskundigheid van tussenpersonen, banken en verzekeraars. Erg dat het zover is gekomen! Maar wat kunnen we ermee?

In mijn werk als financial e-commerce ondernemer zie ik dat er in deze digitale wereld vier megatrends grote impact hebben op de huidige bedrijfsstrategieën. De eerste trend is ‘social networking’. Social networking is dat je jezelf met anderen verbindt in een online netwerk zoals Facebook, Hyves, LinkedIn of Twitter. Dat hier veel aan de hand is blijkt wel uit een persbericht van Facebook eind juni. Facebook heeft de ambitie om binnen anderhalf jaar meer dan 1 miljard (ja u leest het goed 1 MILJARD) mensen met elkaar te verbinden. Wat zou er gebeuren als Facebook besluit producten en (financiële) diensten te gaan verkopen? Ik denk dat dat het einde is van veel traditionele tussenpersonen en financieel dienstverleners.

De tweede trend is die van “aggregation”. Aggregation staat voor het samenvoegen van producten, diensten en `content´ van anderen en die via eigen distributiekanalen verkopen. Internet maakt het mogelijk om deze ‘grondstoffen’ wereldwijd bij elkaar te halen en daarmee het kwaliteitsniveau van proposities enorm te verhogen. Een voorbeeld hiervan in de financiële sector is Alphaclone. Alphaclone bundelt op deze manier de kennis en beleggingsstrategieën van de topanalisten in de wereld en maakt die voor consumenten toegankelijk zodat die betere beleggingskeuzes kunnen maken.

De derde trend is die van de zoekmachinemarketing en micro-campaigning. De toekomst van de wereldeconomie verschuift naar die partijen die de poort zijn voor de consument. Zoekmachines als Google, social networks als Facebook en Hyves, maar ook bijvoorbeeld onze eigen lancering `eyeOpen`, bepalen de komende jaren in elke waardeketen wat er gebeurt. Dit is de belangrijkste reden waarom Microsoft bijvoorbeeld jacht maakt op Yahoo. Ook dit heeft grote impact voor traditionele spelers die onvoldoende snelheid maken met het aanpassen aan deze wereld. Trage innovatie en ontbreken van lef (gewoon dingen durven te proberen) zullen leiden tot weggedrukt worden in de waardeketen.

De laatste megatrend is die van het `crowd sourcen` en `matchen`. De consument wil zelf helpen bij de ontwikkeling van de dienstverlening die bij hem past. Zo is de Fiat 500 volledig door Europese consumenten via de FIAT website ontwikkelt. Ook dit vraagt nieuwe manieren van bedrijfsvoering. De tijd van concurrentie tussen gesloten merken die met hun eigen strategie proberen de concurrent te verslaan ligt definitief achter ons. Winnende bedrijfsstrategieën zijn open en richten zich op maximaal verbinding zoeken met consumenten, op co-creatie, op samen met andere merken proposities ontwikkelen die veel waarde toevoegen, het vinden en gevonden worden, op `micro-campaiging` en op diensten aanbieden in social networks. Ze maken slim gebruik van de geschetste megatrends. We gaan van ‘good to great’ naar “ from great to cool”. Volgens mij zal boardroom aandacht de komende periode verschuiven van focus op risico en kostenreductie naar een gezonde balans met slimme (innovatie) strategieën om mentaal leiderschap in de eigen sector te krijgen. Diegenen die het best in staat zijn om met deze veranderingen echt onderscheidende waarde voor de consument te ontwikkelen, worden de winnaars in de financiële sector. Het is in boardroom Nederland dus weer met recht “survival of the fittest!”

diederick-van-thiel-420x332

Diederick van Thiel is Cool Executive Office van The Cool House of Financial Media N.V. The Cool House heeft in juni de betarelease van eyeOpen gelanceerd. EyeOpen heeft de ambitie om de financiële vriend van Nederland te worden. Diederick is veelgevraagd spreker en docent aan TIAS NIMBAS en de Academie voor Management. Hij is schrijver van de boeken Cool! en Bankieren in 2020 en zit in de raad van advies van Emerce E-financials.

16 juni 2010, door Redactie Q

Oudere jongeren

In de NRC Next 14 juni een opbeurend artikel over nieuwe dienstverlening aan ouderen: Vertroetel Je Ouders zorgt tegen betaling voor leuk en interessant gezelschap voor je eenzame of dementerende ouders waar je niet elke dag langs kunt gaan. Quality time op maat. Je plaatsvervanger gaat samen met je moeder quatre-mains van Schubert spelen, met je vader een borrel halen in de kroeg, of gewoon een luisterend oor bieden voor een verhaal wat al tien keer is verteld.
Oprichter Tom Crouse zegt de dienst te hebben opgezet uit de behoefte iets te doen wat ertoe doet, maar zeker is ook dat hij heel goed snapt waar het naartoe gaat met de wereld. Die vergrijst in rap tempo. In Nederland bijvoorbeeld zullen er in 2020 maar liefst 7 (!) miljoen 50-plussers zijn, waarvan zo’n 3,5 miljoen ouder dan 65, en die vormen met zijn allen natuurlijk een razend aantrekkelijke doelgroep voor nieuwe producten en diensten. Helemaal omdat deze groep als geheel ook steeds gezonder wordt, steeds langer leeft, langer actief blijft, en dus meer wil en kan besteden.

De jeugd heeft de toekomst en jong is aantrekkelijker dan oud. Maar je nu als productontwikkelaar en marketeer uitsluitend richten op die sexy doelgroep betekent feitelijk dat je steeds meer in de marge opereert. Er valt een wereld te winnen als je meesurft op de grijze golf.
De initiatieven zijn echter mager, ook op het gebied van financiële dienstverlening. Terwijl, zoals bekend, een heel groot gedeelte van het vermogen van Nederland in de sok zit van de oudere consument. Webcommunities, zoals het door Achmea opgezette online netwerk voor senioren, zijn een goed begin, ook omdat ze helpen kennis over de doelgroep binnen te halen. Want die blijkt vaak drastisch anders in elkaar te steken dan jongere doelgroepen. Om een voorbeeld te noemen: als ervaren consument doorzien ze snel de verkooptrucs van marketeers (aldus een onderzoek van CBW Mitex branche organisatie van ondernemers). Ook interessant: het gaat hen niet om het ‘hebben’ van spullen, maar om het ‘beleven’ ervan.

rolling-stones-360-jpg

Toch zou er misschien eerst eens iets moeten worden gedaan aan de definitie van ouderen. Wie senioren omschrijft als 55-plus, of zelfs 50-plus, maakt een slechte start met ouderenmarketing. Ouderen, zo blijkt steeds weer, willen en kunnen zichzelf niet herkennen in de vriendelijke grijze bejaarden uit advertenties en brave doelgroepbladen als Plus. Dat wisten zelfs 20 jaar geleden – dit is even voor de echte ouderen onder ons – Koot en Bie al met hun ‘oudere jongeren’: de eeuwig onder wietinvloed verkerende Koos Koets en punker Robbie Kerkhof. Bijna alle senioren voelen zich jonger dan ze daadwerkelijk zijn. En die 50-plusser heeft daar ook eigenlijk wel gelijk in. Want bij een levensverwachting van gemiddeld 85 jaar is het natuurlijk merkwaardig om iemand van 55 als oud en bejaard te benaderen. Bedenk dan als marketeer even dat zelfs de Rolling Stones de 60 al zijn gepasseerd: dan ga je op hun jongere leeftijdgenoten toch geen busreisjes naar Spa en cruises op de Rijn loslaten? Die ouderen zitten gewoon nog op de Harley-Davidson (al schijnen die motoren tegenwoordig wel voorzien te kunnen worden van een verwarmde zetel). Wil je die miljoenen potentiële klanten succesvol benaderen, dan is het dus zaak eerst de juiste toon te vinden.

grandpa-motorbike-360

01 juni 2010, door Redactie Q

Dag en nacht praten met je klanten

We stelden het al eerder vast: het gebruik van social media neemt fenomenale proporties aan. Zie ook ons magazine Q2 2010. Het Belgische buro Insites Consulting deed onderzoek naar het gebruik – 72 procent van de internetters is lid van minstens één social network, en dan heb je het dus over wereldwijd 940 miljoen gebruikers! - en kwam ook met verrassende gegevens over de relatie tussen merken en consumenten op social media.
Let op: meer dan de helft van de internetgebruikers beschrijft wel eens positieve of negatieve ervaring met merken of bedrijven op sociale netwerksites. Bovendien zijn ze ook benieuwd naar de reacties van bedrijven op hun feedback. Vier op de tien gebruikers vindt communicatie van merken op sociale media geloofwaardig. Als merken op een eerlijke en open manier met consumenten praten via sociale media, wordt dit gewaardeerd. De geloofwaardigheid is nog hoger als de informatie over merken geschreven wordt door een andere consument: 88 procent van alle consumenten hecht veel geloof aan de feedback van andere consumenten bij het nemen van belangrijke beslissingen.

Volgens Steven van Belleghem, partner van InSites Consulting en schrijver van het onlangs verschenen boek ‘De Conversation Manager’, heeft dat alles een enorme impact op merken. ‘Jammer genoeg zijn er nog weinig bedrijven die hun marketing- en communicatiestrategie afstemmen op deze trend bij consumenten.’ Doodzonde, vindt hij, want juist hiermee kan een onderneming echt een relatie met klanten opbouwen. En dat is toch wat er op dit moment, zeker in de financiële wereld van na-de-crisis, het meest wordt gezocht.
‘Als merk kan je zelf praten met je fans via online netwerken, maar het is nog krachtiger als je erin
slaagt consumenten over je merk te laten praten. Het vergt als merk een structurele verandering in communicatiefilosofie om hierop in te spelen en consumenten te kunnen activeren,’ aldus Steven van Belleghem. In zijn boek De Conversation Manager, ondertussen vertaald en wereldwijd zeer gewaardeerd, gaat hij dieper in op deze online en offline conversaties over merken. Hij geeft de argumenten om met klanten in gesprek te gaan, goed onderbouwd door eigen onderzoek, en legt stap voor stap uit hoe bedrijven van ‘zenden’ naar ‘converseren’ kunnen gaan. Zie ook zijn website en deze korte film.

steven-van-belleghem

In een interview in het Tijdschrift voor Marketing (mei 2010) stelt Van Belleghem dat bedrijven wel aan de slag willen met social media, maar met veel tegenzin. Ze zijn bang om in de etalage te staan. En dat is ook zo: ‘Je kunt tegenwoordig niets meer geheimhouden, er is altijd wel iemand in de community die door je verhaal heenprikt. Dat betekent dat je volledig transparant moet willen en durven zijn.’ Hij raadt bedrijven daarom aan niet te snel actief te worden op social media. Ga eerst maar eens heel goed luisteren: verzamel uitspraken van mensen over je producten, over de manier waarop je werkt. Organiseer die informatie, analyseer de gesprekken. En gebruik dat liefst om eerst te bevestigen dat er veel goed gaat: dat motiveert de medewerkers. En zie de internetconversaties ook als inspiratie tot vernieuwing.

Wie trouwens direct wil zien hoe negatieve conversaties aan je merk tornen, moet maar eens een kijkje nemen op de site van Uitgekotst.nl. Ook bijzonder informatief als je wilt weten hoe het niet moet: het onderzoekje dat de NOS zojuist deed naar het twittergedrag van politici in verkiezingstijd. Exposure willen ze allemaal, maar bijna geen enkele lijsttrekker neemt de moeite zijn volgers te antwoorden op vragen. Een beschamend slechte beurt dus, die door de NOS breed op televisie werd uitgemeten!

03 mei 2010, door Redactie Q

De nieuwe consument wil ondersteuning en verzorging

Volgens trendonderzoekers Trendwatching.com is dienstverlening het nieuwe succesverhaal. Nog nooit is het volgens hen zo belangrijk geweest om je als merk te richten op dienstverlening, meer dan op producten. De hedendaagse pragmatische consument, gestressed en afgemat en altijd in tijdgebrek, hunkert namelijk naar dienstverlening en verzorging. Gewoon offline, in het dagelijks leven, maar vooral ook online. En mobiel internet, de revolutie die nu dan na jaren van beloftes eindelijk echt doorzet, maakt het mogelijk om heel veel uitermate relevante diensten te leveren, altijd en overal.

Het Nederlandse Trendwatching.com, een van de meest gerenommeerde trend bureaus ter wereld dat maandelijks trendbriefings uitstuurt naar zo’n 160.000 ontvangers, heeft het in de briefing van april over Brand Butlers. Een aardige term omdat deze trend wordt omschreven als ‘focussen op het ondersteunen van consumenten bij het optimaliseren van hun dagelijkse leven’. Terwijl er vroeger eerder sprake was van het verkopen aan consumenten van een lifestyle.

Een paar voorbeelden? Denk online aan banken als de ING en Rabobank, die met iPhone apps klanten snel de weg wijzen naar saldo, diensten en pinautomaten. Aan services die consumenten de toegang tot meer informatie geven, zoals – om maar eens wat simpels te noemen - Domino’s Pizza tracker, die je je pizza laat volgen vanaf bestelling tot bezorging. Of die je helpen aan lagere prijzen, zoals Virgin doet door op eenvoudige wijze het delen van taxi’s mogelijk te maken. Of die je verzekeringszaken ondersteunen, zoals de OHRA dat doet met haar AutoApp. De mobiele internettoepassingen helpen je zaken te vinden, mensen en zaken met elkaar in contact te brengen, je kennis en vaardigheden te vergroten, je leven te verbeteren.

De nieuwe consument wil ondersteuning en verzorging

Maar ook offline draait het om diensten. Winkels als een Adidas store in Tokyo die naast schoenen ook lockers, douches en workshops biedt. Lounges, booths en café’s op openbare plaatsen als vliegvelden, met door merken verzorgde faciliteiten. Of aanwezigheid met allerlei services op festivals.
Geen budget om je als dienstverlener op het ontwikkelen van nieuwe diensten te storten? Doe dan maar eens een deel van die oude reclame- en marketing activiteiten de deur uit en gebruik het geld dat vrijkomt hiervoor, zegt Trendwatching.com. ‘Want dit gaat over het veranderen van marketing in dienstverlening en dat is echt een van de belangrijkste ontwikkelingen nu.’

08 april 2010, door Redactie Q

Heldere taal over social media

Het zal zelfs digibeten niet zijn ontgaan dat het gebruik van social media zich razendsnel verspreidt. Netwerksites als Hyves, Facebook, Flickr, YouTube, LinkedIn, Twitter, om maar een paar van de grootste te noemen, kennen allemaal enorme en groeiende aantallen gebruikers. Er worden gigantische hoeveelheden informatie verspreid, uitgewisseld en gedeeld, 24 uur per dag en wereldwijd. Vooral de jongste generatie internetters is vele uren per dag bezig op social media, zeker nu dat via de iPhone en andere smart phones ook nog eens mobiel en dus altijd en overal kan.

Toch is het moeilijk om precies de invloed en impact te overzien van deze ontwikkeling. Het is lastig om de realiteit achter de cijfers te begrijpen. Wat vooral niet altijd goed wordt onderkend is dat het gaat om veel meer dan alleen technologische vernieuwing: de nieuwe mogelijkheden om ons met elkaar te verbinden, zorgen voor culturele aardverschuivingen. De maatschappij verandert erdoor: het gedrag van mensen, de relaties tussen mensen onderling, de verbindingen tussen mensen en bedrijven, en tussen mensen en de maatschappij.

Erik Qualman, marketing man, schreef er het vorig jaar gepubliceerde boek Socialnomics over: ‘How social media transforms the way we live and do business.’ Bij verschijning zette Qualman ook een video op YouTube: Social Media Revolution. Het filmpje had al snel meer dan een miljoen ‘views’, en bewees daarmee meteen zijn punt. Want zo werkt dat in social media: als iets opvalt en goed is, verspreidt het zich razendsnel via mogelijk miljoenen gebruikers. ‘Ik wilde mensen aan het denken krijgen over social media,’ zei Qualman in een interview met David Wenger van de McCombs School of Business (University of Texas). ‘Is het een hype of de volgende revolutie? (-) De film geeft keiharde cijfers die aantonen dat we te maken hebben met de grootste ontwikkeling sinds de Industriële Revolutie.’

Bekijk deze video, waarmee Erik Qualman je in 4 minuten overtuigt met een bombardement aan verbazingwekkende gegevens:

De cijfers van Erik Qualman zijn vooral Amerikaans, al zegt dat in deze ‘connected’ wereld niet veel meer. Maar voor een vertaling naar Europa is er een wat rustiger opgezet en verhelderend filmpje van het Duitse marketingbureau KMF: Social Media in Europe and Germany:

En als al die cijfers en toepassingen het hoofd doen duizelen, terwijl je eigenlijk als niet-gebruiker nog niet eens weet wat social media nou precies zijn, ga dan naar de prachtige ‘In Plain English’ - filmpjes van het jonge videobedrijf Commoncraft. Zoals Social Media In Plain English.
Of deze, over Twitter.

03 februari 2010, door Karin Nieuwenhuizen

Crowdsourcing met assurantietussenpersonen

Ook Delta Lloyd heeft ervaring met ‘challenges’, vergelijkbaar met die van de Royal Bank of Canada, zoals vorige week beschreven. Niet met studenten, maar met klanten.
Delta Lloyd Team Marketing Schade Zakelijk lanceerde een paar maanden geleden een vernieuwende manier van conceptontwikkeling: co-creatie met assurantietussenpersonen. Het traject werd opgezet met CreativeCrowds (een bureau dat bedrijven helpt bij online communicatie met klanten). De vraag was hoe een snelle, positieve wisselwerking met het intermediair tot stand gebracht kon worden, hoe ervoor gezorgd kon worden dat de gezamenlijke kennis van Delta Lloyd en assurantieadviseurs optimaal kon worden benut. Want als je echt goede proposities wilt leveren, moet je heel actief de dialoog aangaan met het intermediair, is de overtuiging van Delta Lloyd. Niet in een ivoren toren blijven zitten, en zeker niet op het gebied van conceptontwikkeling en productinnovatie. Het samen doen. Want je kunt wel iets verzinnen, maar zit de klant er ook echt op te wachten?

Crowdsourcing met assurantietussenpersonen

Om co-creatie van de grond te krijgen, werd er een ‘challenge’ opgezet. Gebaseerd op de techniek van crowdsourcing. Dat wil zeggen: via internet betrek je een groot aantal mensen (crowd) in het innovatieproces (outsourcing) en zo maak je optimaal gebruik van ideeën van buitenaf. Volgens één van de principes van open innovatie: je accepteert en erkent dat ook buiten de eigen bedrijfsmuren kansrijke ideeën bestaan voor innovaties. In de online consumentenwereld wordt crowdsourcing al vaak toegepast, maar in de business-to-business wordt deze manier van co-creatie nog niet veel gebruikt. En zeker niet in de verzekeringswereld.
In deze ‘challenge’ riep Delta Lloyd assurantieadviseurs via een case op om mee te denken over de ontwikkeling van een bepaalde propositie. Deelnemers konden online reageren op oplossingen, reacties en ideeën, en meedenken over de case. Ook medewerkers van Delta Lloyd deden mee.

Het eerste product van deze innovatieve samenwerking is inmiddels gereed: een speciaal verzekeringsaanbod voor ondernemers op bedrijventerreinen met het Keurmerk Veilig Ondernemen voor Bedrijventerreinen (KVO-B). De ‘challenge’ is zeer goed bevallen. Zeker is dat Delta Lloyd dit middel in de toekomst regelmatig zal inzetten om een propositie of concept te ontwikkelen. Omdat de samenwerking zo vruchtbaar bleek, worden nu ook regelmatig online enquêtes uitgezet onder intermediairs. Zodat ook over kleine vragen en problemen snel met het intermediair kan worden geschakeld. Op deze manier heeft het intermediair rechtstreeks invloed. En komt Delta Lloyd op ideeën waar het intermediair echt op zit te wachten.

13 januari 2010, door Redactie Q

Verzekeraars ontdekken de apps

De razend populaire iPhone heeft zijn aantrekkingskracht vooral te danken aan de vele geweldige apps. Meer dan 100.000 iPhone applicaties zijn er ondertussen, en elke dag komen er meer. Niet alleen voor iPhone trouwens, maar ook voor andere smartphones, zoals mobieltjes met het Google-besturingssysteem Android. Apps worden massaal geprefereerd boven mobiele versies van websites, vanwege de vaak veel grotere gebruiksvriendelijkheid.

Vreemd genoeg zijn onder al die apps nog steeds weinig te vinden van financiële dienstverleners.
Eerder al wezen we op de succesvolle iPhone app van Amerika’s grootste bank, de Bank of America, maar sindsdien is het een beetje stil aan het front. In Nederland is een dergelijke complete app niet te vinden. Er zijn een paar apps voor specifieke doelgroepen of functies, zoals Stufi, dat ING studenten snel info biedt over hun saldo en de binnenkomst van de studiefinanciering, de ABN AMRO locator, waarmee een vestiging of geldautomaat in de buurt van je iPhone kan worden getraceerd, en Pinautomaat die je met behulp van Google maps naar de dichtstbijzijnde pinautomaten brengt.

Apps

Maar er is goed nieuws: zowel de ABN AMRO als de Rabobank heeft nieuwe apps voor mobiel bankieren aangekondigd die nu in de testfase zijn. Nog leuker is dat ook verzekeraars de mogelijkheden van apps in de gaten beginnen te krijgen. OHRA, de direct writer van Delta Lloyd Groep, liet als eerste zien wat er mogelijk is met de in november 2009 geïntroduceerde gratis OHRA autoapp. Je voert het kenteken van een auto in en je krijgt direct een overzicht van alle relevante RWD-gegevens, zoals nieuwprijs, leeftijd, APK status, die je samen met een zelfgemaakte foto kunt opslaan. Je kunt bovendien direct aan het vergelijken slaan in het actuele aanbod op 2dehands.nl. En er wordt ook meteen berekend, en daar gaat het natuurlijk om, wat de ‘vanaf’ maandpremie voor de auto is bij een OHRA autoverzekering.

OHRA app

Ondertussen is Interpolis een maandje later gevolgd met de eveneens zeer handige app Schade hulp die bij autoschade allerlei diensten biedt als contact met hulpdiensten, dichtstbijzijnde locaties om schade te herstellen, schademelding met foto’s en informatie over weer en verkeer.
Het zijn ideeën die navolging verdienen. Wat te denken van het lokaliseren van de beste zorg in je buurt? Of een door je verzekeraar opgestelde database met alles wat je bezit, gekoppeld aan waarde? Of gewoon een handige toegang tot je polissen en lopende declaraties?

Overigens werd er een klein jaar geleden ook al eens een app van een verzekeraar afgekeurd door Apple. Centraal Beheer – Even Apeldoorn bellen - bedacht er eentje die bij aanraking een barst in het scherm leek te veroorzaken en vervolgens alle app-icoontjes op je iPhone naar beneden liet tuimelen. Te echt, vond Apple. Gelukkig is de bijzonder grappige toepassing hier nog te zien!

09 december 2009, door Redactie Q

Gratis!

Op de lijstjes beste business boeken van 2009 die nu beginnen op te duiken, gooit Free: The Future of a Radical Price van Chris Anderson hoge ogen. Chris Anderson, hoofdredacteur van WIRED magazine, curator van TED (Ideas Worth Spreading) en schrijver van de bestseller The Long Tail: Why the Future of Business Is Selling Less of More (2006) stelt in Free dat in de digitale wereld het concept Gratis de markt radicaal verandert. Het is even onoverkomelijk als de zwaartekracht, zegt Anderson, en elke business gaat er volgens hem vroeger of later mee te maken krijgen.

Anderson geeft in het boek meteen een prachtig voorbeeld van wat hij bedoelt. Hij citeert de zangeres Sheryl Crow die zich beklaagt over het feit ‘dat sommige mensen denken dat muziek gratis is’. Een grote misvatting, vindt hij, want Crow gaat eraan voorbij dat ze met haar ‘gestolen’ liedjes deelneemt aan twee typische interneteconomieën waarin geld geen enkele rol speelt: economieën waarin wordt afgerekend in aandacht en in reputatie. En daarmee kan Crow uiteindelijk juist heel veel geld verdienen. Bijvoorbeeld met concerten, merchandising en licenties. Denk aan popband Radiohead, die financieel gezien een van de meest succesvolle cd introducties ooit had door hun cd gratis online aan te bieden.

Free!

Free is zo de essentiële eerste stap op weg naar opbrengsten. Dat geldt zeker voor digitale businesses, waar de marginale kosten van reproduceren en distribueren van producten bijna nihil zijn.
Google is misschien wel hét voorbeeld van hoe het weggeven van een groot aantal zaken tot een zeer succesvol verdienmodel kan leiden. Voor een branche als verzekeren lijkt Gratis wat minder voor de hand liggend, maar Anderson wijst op twee ontwikkelingen die relevant zijn voor welke branche dan ook. Ten eerste wordt het gratis leveren van goederen en diensten door de jongste generatie consumenten al als volledig vanzelfsprekend gezien. Dat is immers hun ervaring met bijvoorbeeld gratis software, delen van muziek, gratis accounts bij Hyves en Hotmail, en dus verwachten ze niet anders. Ten tweede kan Gratis worden beschouwd als de nieuwste variant op massamedia: door het weg te geven, creëer je aandacht. En misschien wel meer dan met welke duurbetaalde advertentie ook. En als die aandacht er eenmaal is, dan kun je je product verkopen.

Free is een boek waarvan de lezer volgens de uitgever kan leren wat ‘out of the box thinking’ daadwerkelijk inhoudt. Voor wie dat wil: Free wordt natuurlijk gratis aangeboden Ga naar de site van uitgever Nieuw Amsterdam voor een complete download. Liever een gratis Engelstalige luisterversie van FREE?

Op onderstaande video legt Anderson in een paar onderhoudende minuten het concept Free persoonlijk uit.

30 november 2009, door Redactie Q

Zijn domein wordt haar terrein

Uitgeverij Sanoma levert als op bestelling de Nederlandse onderbouwing van het vorige week op dit blog geconstateerde internationale marktpotentieel van vrouwen. In Women Want More stellen onderzoekers Michael Silverstein en Kate Sayre vast dat het economische belang van vrouwen wordt onderschat. Als gevolg daarvan worden vrouwen verkeerd benaderd door bedrijven en niet in de laatste plaats door de financiële sector. En het is deze constatering die nu helemaal wordt bevestigd door het zojuist afgeronde Nederlandse Trendbox onderzoek ‘Zijn domein, haar terrein?’, waarin wordt gekeken naar de rol van vrouwen in een aantal van oorsprong typische mannendomeinen (geld, auto’s en elektronica).

Zijn domein wordt haar terrein!

De vrouw blijkt steeds vaker dé financiële expert in het huishouden. Haar rol bij het nemen van beslissingen over financiële producten is groot en meer dan de helft van alle Nederlandse vrouwen (56%) zegt dat zij thuis de financiële zaken regelt.
Interessant is ook dat vrouwen op een andere manier omgaan met financiële zaken, zo bleek al uit Women Want More. Zo ook uit dit onderzoek: vrouwen zijn voorzichtiger bij de aanschaf van financiële producten en ze nemen minder risico. Veiligheid en betrouwbaarheid zijn voor vrouwen significant vaker belangrijke criteria bij de keuze voor een financiële aanbieder dan voor mannen. Conclusie: wie de marktpotentie van vrouwen serieus neemt, zal zich moeten afvragen of het huidige aanbod wel het juiste is. Om nog maar niet te spreken van de marketing van die producten: 73 procent van de vrouwen blijkt zich totaal niet aangesproken te voelen door reclame van financiële dienstverleners. Werk aan de winkel dus, constateert het onderzoek.

Opvallend is overigens dat mannen zelf zeggen meer kennis te hebben over financiële zaken dan vrouwen. Tsja.

Lees meer over het onderzoek van Sanoma.

23 november 2009, door Redactie Q

Women Want More!

In de Harvard Business Review van september 2009 een interessant artikel dat de rol van vrouwen in onze economie nou niet eens vanuit de beperkte en immer bedroevende (carrière)mogelijkheden belicht, maar vanuit de gigantische kansen die vrouwen als markt te bieden hebben. Onderzoekers Michael J. Silverstein en Kate Sayre, beiden partners van de Boston Consulting Group, betogen in ‘The Female Economy’ dat vrouwen als markt meer kansen te bieden hebben dan India en China bij elkaar! Dus, vragen ze zich af, ‘why are companies doing such a poor job of serving them?’

De meeste bedrijven blijven zich vooral op mannen richten en doen niet genoeg moeite om uit te zoeken wat vrouwen willen. Terwijl bedrijven die zich er wel in verdiepen en verder weten te komen dan bestaande producten roze maken zichzelf een prachtige positie in de post-crisis economie kunnen verwerven.

Woman Want More

In het onlangs verschenen boek Women Want More: How to Capture Your Share of the World’s Largest, Fastest-Growing Market werken de auteurs deze gedachte verder uit. En daarbij zijn ze niet over één nacht ijs gegaan: aan het boek ligt een onderzoek onder 12.000 vrouwen uit 22 landen ten grondslag. Daaruit bleek onder andere dat vrouwen zich, ondanks al hun ‘spending power’ ondergewaardeerd voelen, slecht begrepen en vooral ook slecht geserviced.

De schrijvers gaan dieper in op een aantal branches waarover de ontevredenheid groot is. De financiële sector verdient volgens de schrijvers de prijs als minst sympathieke branche voor vrouwen: paternalistisch, tamelijk respectloos en ongeïnteresseerd ten opzichte van vrouwen en hun specifieke consumentenwensen. Maar tegelijkertijd is het de sector die het meest kan winnen bij ander gedrag.

Lees het boek, of op zijn minst de artikelen en achterliggende onderzoeken die de Boston Consulting Group op haar site heeft gezet, inclusief het oorspronkelijke artikel uit de Harvard Business Review. Zie vooral ook het artikel dat speciaal over vrouwen en financiële dienstverlening gaat: Women Want More (in Financial Services). Met daarin ook de aanbevelingen die de financiële sector wel eens groei voor jaren zou kunnen bezorgen.

Terug naar boven