Met de publicatie op 29 juni jl. van het rapport van de commissie Onderzoek DSB Bank, onder voorzitterschap van professor Michiel Scheltema, kwam ook de kwestie Lakeman weer in beeld. Lakeman, voorzitter van de Stichting Hypotheekleed, riep indertijd DSB-spaarders op hun geld weg te halen. In hoeverre heeft die oproep bijgedragen aan de ondergang van het imperium van Dirk Scheringa? Niet veel, volgens Scheltema, want de bank stond al op instorten, maar evengoed vindt hij dat dergelijke oproepen vanwege de verregaande impact strafbaar zouden moeten worden.
Spaarders die allemaal tegelijk hun geld weghalen veroorzaken de ondergang van een bank en consumenten worden daar uiteindelijk ook zelf de dupe van. Maar de consumentenmacht van weggaan bij een bank valt ook wel slimmer in te zetten, zoals de liberale Adriana Huffington van de gezaghebbende Amerikaanse opinie-website The Huffington Post laat zien. Diep teleurgesteld dat de Amerikaanse regering het niet voor elkaar krijgt om de macht te breken van de grote banken die verantwoordelijk waren voor de kredietcrisis, is zij samen met anderen in december 2009 ‘Move Your Money’ gestart. Een beweging die consumenten en organisaties overhaalt om hun geld naar kleinere, ’community’ banken over te brengen. Met andere woorden: consumenten kunnen hun macht inzetten om dat voor elkaar te krijgen wat de regering niet lukt: het monopolie doorbreken van de ‘’Too-Big-To-Fail-Banks’ (denk aan Citibank, Bank of America, JPMorgan Chase en Wells Fargo).
Het lijkt te werken: in de eerste drie maanden van de campagne werd al 5 miljard (!) dollar overgeheveld van de Wall Street megabanken naar lokale banken. Move Your Money is daarmee hard op weg een nationale beweging te worden. Zelfs overheden doen mee, zoals de staat Massachusetts die 112 miljoen dollar heeft verplaatst en heeft aangekondigd dat met nog eens 130 miljoen te gaan doen. Ariana Huffington formuleerde het onlangs zo bij CNN: ‘Het gaat erom mensen een keuze te geven. Als ze hun geld naar community banks en credit unions overzetten, die niet verantwoordelijk zijn voor de kredietcrisis, dan steun je niet alleen jezelf en je familie, maar ook de gemeenschap.’
Zie hier het interview met Ariana Huffington op CNN.
In december 2009 verscheen een online en gedrukt magazine Gewoon…Doen!! een bundeling verhalen over ondernemen op een nieuwe manier. Het idee: een blad à la You Tube, waarin 100 ondernemers hun ervaring of hun visie delen. Doel: een brug slaan tussen zingeving, bezieling en ondernemerschap.
Het succesvolle initiatief inspireerde in ieder geval drie mannen uit de financiële wereld, Ivo Valkenburg (Spirit in Finance), Willem Vreeswijk (VVP) en Wim Assink (Banking Review), om eenmalig iets gelijksoortigs op te zetten. En zo verscheen op 1 juni Gewoon…Doen! Schaamteloze ideeën voor een nieuwe financiële wereld.
Zowel online en als download pdf, en ook nog gedrukt te bestellen.
De drie vonden 90 ‘ambassadeurs van de nieuwe financiële wereld’ bereid hun ideeën en best practices te delen. De initiatiefnemers: ‘We zijn trots dat deze ambassadeurs laten zien waar de financiële sector óók voor staat (…) Een nieuwe financiële wereld die bijdraagt aan het welzijn van klanten, medewerkers en een gezonde economie voor mens, natuur en samenleving.’
Zo pleit Richard Weurding, algemeen directeur Verbond van Verzekeraars, ervoor om een ‘chief consumer officer’ te benoemen in de top van de financiële instellingen. De ceo van AEGON, Marco Keim, wil dat verzekeraars samen met politiek, onderwijs, werkgevers en consumentenorganisaties gaan werken aan een betere voorlichting over pensioen. Rob Goedhart (die vroeger werkte bij de Consumentenbond) wil graag dat er geldzaken worden geopend in winkelstraten waar consumenten met vragen over geldzaken terechtkunnen voor objectieve voorlichting. Best beoordeelde bijdrage is die van Paul Aantjes . Aantjes, Market Development Manager Financial Services bij Ricoh, stelt dat slimme informatielogistiek, een ondergeschoven kindje in de financiële dienstverlening volgens hem, leidt tot betere dienstverlening en tevreden, loyale klanten. ‘We werken aan het opbouwen en herstellen van het vertrouwen dat juist in de bancaire- en verzekeringssector zo belangrijk is. Dat je als klant belt en weet dat je informatie veilig en vertrouwelijk wordt behandeld. Dat je meteen te woord wordt gestaan door iemand die weet waar je het over hebt.’
Gewoon… Doen! vormt ook de basis voor het New Financial Forum, dat zal plaatsvinden op 30 september 2010 in Den Haag. Een ‘grensverleggende congresdag met best practices, dialoog en inspiratie over het Nieuwe Bankieren, het Nieuwe Verzekeren, het Nieuwe Beleggen en het Nieuwe Adviseren.’ Onder andere gesteund door Delta Lloyd. Inschrijven kan nog, op de website.
Vorige week, op donderdag 18 maart, vond weer een NRC Focus seminar plaats, dit keer geheel in het teken van Vertrouwen. Een thema dat voor financiële dienstverleners natuurlijk grote relevantie heeft en daarom bood Delta Lloyd als partner ook ondersteuning aan het seminar in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Sprekers: Norb Vonnegut, voormalig stockbroker en schrijver van de Wall Street bestseller “Top Producer”, hier vertaald als “Goud Geld”, Casper de Vries, hoogleraar Monetaire Economie aan de Erasmus School of Economic en hoogleraar Risk Management aan de Duisenberg School of Finance, en de Amerikaanse opinion leader Anna Bernasek, auteur van “The Economics of Integrity. How Wealth is built on Trust”.
Dat veel vertrouwen zoek is geraakt in de kredietcrisis, en de daarop volgend de megafraude van Bernhard Madoff, met in Nederland ook nog het faillissement van Icesave en DSB, dat was voor de toehoorders natuurlijk geen nieuws. Met name Norb Vonnegut (ja, de neef van…) kon daar vanuit zijn eigen ervaring smakelijk over vertellen. Zie ook het interview met hem op NRC tv.
Maar wat vooral door het verhaal van Anna Bernasek heel duidelijk werd, is dat er op dit gebied nog altijd een wereld van verschil bestaat tussen Nederland en de Verenigde Staten. Nederland is een ‘high trust society’, waarin mensen veel vertrouwen hebben in hun medemensen en in instituties. Onder andere omdat we er niet per se van uitgaan dat iedereen alleen maar bezig is met zijn eigen ‘pursuit of happiness’, maar dat er ook nog zoiets bestaat als denken in het algemeen belang. Daartegenover stelde Anna Bernasek de Amerikaanse werkelijkheid van korte termijn beslissingen en zo snel mogelijk rijk worden, waarin het nut van vertrouwen nog vaak ontdekt moet worden. Waarin ze moet uitleggen dat integriteit de onzichtbare infrastructuur vormt van de economie, en dat eigen gewin vooropstellen kan leiden tot het compromitteren van het hele systeem: vertrouwen verdwijnt, bedrijven gaan failliet en markten storten in. Ze bracht in haar voordracht de noodzaak tot vertrouwen aan de man door uit te leggen hoe aan elke geslaagde transactie vertrouwen ten grondslag ligt en dat vertrouwen zich dus uitbetaald in waarde.
Integriteit als business case. Toch een beetje een open deur voor het Nederlandse bedrijfsleven. Wie goed doet, goed ontmoet, zo zeiden we dat vroeger toch al? Onze bestuursvoorzitter Niek Hoek noemt het simpelweg: gewoon fatsoenlijk zaken doen. En daar is Delta Lloyd Groep al twee eeuwen lang heel ver mee gekomen.
Interesse in het maartnummer van NRC Focus, helemaal gewijd aan Vertrouwen? Stuur een mail met daarin uw adres naar q@deltalloyd.nl en wij sturen u een exemplaar toe.
Twee weken geleden wezen we op de roep om ethiek in het bedrijfsleven van onder andere econoom Lans Bovenberg. Als aanvulling daarop stuurt professor Bovenberg nu een interessant artikel van zijn hand, Herstel van vertrouwen in samenleving en bedrijfsleven, waarin hij zijn pleidooi voor ‘herbronning’ uitgebreid onderbouwt.
Volgens de vaak in de media aanwezige Lans Bovenberg is de kredietcrisis boven alles een vertrouwenscrisis, die zich echter niet beperkt tot de economie. Ook de kwaliteit van relaties en de samenleving zelf worden aangetast. En dat terwijl vertrouwen in onze hedendaagse complexe samenleving steeds noodzakelijker wordt. Immers, om met de Duitse systeemtheoreticus Nikolas Luhman te spreken, ‘Vertrouwen is de reductie van complexiteit.’
In zijn artikel komt Bovenberg niet alleen met een diagnose van het gebrek aan vertrouwen, maar ook met een therapie. Voor de samenleving als geheel en voor het bedrijfsleven in het bijzonder.
Een belangrijk uitgangspunt is voor hem daarbij: de vertrouwenscrisis is een leermoment – een kans voor bekering. Never waste a good crisis.
De crisis is ontstaan door overmoed - een misplaatst geloof in het eigen ego. De crisis is een kans voor inkeer waarbij we ons vertrouwen herzien, aldus Bovenberg. Geen restauratie van oude wegen dus, maar de moed om nieuwe heilzame wegen in te slaan.
Zo’n weg is volgens Bovenberg niet wat hij wetticisme noemt: de verleiding om alle risico’s te voorkomen door de samenleving dicht te timmeren met wet- en regelgeving. Maar hoe meer regels van bovenop worden opgelegd, hoe minder mensen zich verantwoordelijk voelen voor hun gedrag. Ook het geloof in de autonome vrijheid van het individu dat zichzelf tot wet is en die niemand verantwoording schuldig is, ziet hij als een heilloze weg. In plaats daarvan stuurt hij aan op een derde koers, een smalle weg tussen ‘de Scylla van het wetticisme en de Charybdis van de bandeloze vrijheid van het individualisme’: een weg van genade en dienstbaarheid.
En dat is, aldus Bovenberg, ook de weg voor ondernemingen en ondernemers. ‘Elk bedrijf dient zich dezelfde zijnsvraag te stellen: wie dienen we en hoe kunnen we dat duurzaam waarmaken? Het bedrijf is er niet voor zichzelf; het is er voor de ander.’
Of Bovenberg met zijn pleidooi voor genade en dienstbaarheid veel gehoor zal vinden in de vaak cynische businesswereld? Het artikel biedt in ieder geval veel inspiratie om eens goed na te denken over de toekomst van dat zo noodzakelijke vertrouwen.
Behoefte aan inspiratie voor een betere wereld na de crisis? De kredietcrisis roept niet alleen discussies op over schuld en boete, maar ook over de rol van ethiek in de economie. Want als de economie in crisis is, dan rijst de vraag of misschien ook de onderliggende waarden en daarmee onze cultuur in crisis zijn. Op 3 september jl. vond daarover een symposium plaats op de Universiteit van Tilburg: ‘Waarden in de economie’. Gesproken werd door onder andere minister-president Jan Peter Balkenende en Herman Wijffels, die het allebei tijd vonden voor ‘herbronning’. Kees Koedijk, decaan van de economische faculteit, gaf aan dat het hoog tijd was om aan de Tilburgse economiefaculteit waarden in het onderwijs te brengen en het belang van de samenleving centraal te stellen.
Directe aanleiding van het symposium was de presentatie van het boek ‘De Balans van Bovenberg. Economie en geloof in crisistijd’, een serie door de journalist Tjerk de Reus genoteerde gesprekken met hoogleraar economie Lans Bovenberg. In dit boek gaat Bovenberg op zoek naar de relatie tussen economie, cultuur en christelijk geloof. Hij pleit er als econoom voor om ons opnieuw bezinnen op ‘wat het betekent door God begenadigd te zijn’. De mens is een beperkt wezen en volgens Bovenberg zullen economen met dat gegeven iets moeten: “Omdat de mens bijziend is, heeft hij levensbeschouwelijke informatie nodig”.
Eind augustus al getuigde Lans Bovenberg in een nogal opzienbarend vraaggesprek in de NRC (‘De stelling van Lans Bovenberg: God geeft ons vrijheid en neemt het risico van een economische crisis’) over hoe hij als econoom wordt geleid door zijn geloof. ‘Het christendom heeft liberale trekken. God geeft ons heel veel vrijheid. Alleen moeten wij zelf tot de ontdekking komen wat gezond is. Voor de bankensector is het goed dat er internationale regelgeving is, want het morele kapitaal van de mens is beperkt. Maar alleen wetgeving is onvoldoende. Ik geloof in de drie-eenheid van markt, overheid en moraal.’
De discussie over ethiek is natuurlijk niet exclusief Nederlands. De Harvard Business Review publiceerde
in juni 2009 een artikel van Joel Podolny, decaan en vice-president van de nieuwe Apple University, waarin hij pleit voor een veel grotere aandacht voor ethiek en op waarden gebaseerd leiderschap op Amerikaanse businessscholen. Het geloof haalt hij er niet bij, maar de socioloog Podolny, voorheen onder meer professor op Harvard en decaan van Yale School of Management, denkt wel dat businessscholen sterk hebben bijgedragen aan de cultuur van zelfverrijking en de totstandkoming van de crisis. Bijvoorbeeld omdat ze aan hun studenten leren dat leidinggevenden verantwoordelijk zijn voor de visie en de strategie en niet op details hoeven te letten. En omdat managers niet wordt geleerd kritisch naar het eigen handelen en de eigen risicoperceptie te kijken. Bovendien laten businessscholen hun curriculum en leermethoden veel te veel beïnvloeden door rankings en door concurrentie met andere businessscholen. Kortom, ook voor Podolny wordt het tijd voor ‘herbronning’.
Nu de wind van de crisis wat lijkt te gaan liggen, wordt de zoektocht naar wie er de schuld van moet krijgen steeds venijniger. De beschuldigende vingers blijven vooral gericht op de bankiers, en die maken het natuurlijk ook niet makkelijker om een verstandig oordeel te vellen nu ze hun bonussen weer even onbekommerd als voorheen binnenhalen. Afgelopen maandag 28 september gaf oud SNS Reaal topman Sjoerd van Keulen tijdens een bijeenkomst van het Holland Financial Centre (HFC) echter flink wat tegengas door te stellen dat 99 procent van de Nederlandse bankiers geen schuld heeft aan de crisis.
Sjoerd van Keulen als manager van het jaar 2007
Van Keulen, ook voorzitter van HFC, een stichting waarin kopstukken uit de Nederlandse financiële wereld samenwerken, vindt dat de discussies over hoe het zover is gekomen en hoe het nu verder gaat breder moeten worden. ‘Het draait niet alleen om zelfverrijking via bonussen. Dat is een simplificatie van de werkelijkheid,’ betoogde hij. De echte oorzaken? Denk aan de rente in de Verenigde Staten, die onder voormalig centrale bankier Alan Greenspan veel te laag werd gehouden, denk aan het opgelopen handelstekort in de Verenigde Staten en de onwilligheid van Chinezen daar iets aan te doen, denk aan de harde concurrentie tussen landen. En vergeet vooral niet de politieke druk in de Verenigde Staten om iedereen aan een hypotheek te helpen, of ze het nou konden betalen of niet, plus het gebrek aan toezicht, plus de gebrekkige boekhoudregels, en plus vooral het blinde geloof in de efficiënte markttheorie. En ja, een aantal bankiers dachten ten onrechte de risico’s die ze namen onder controle te hebben. En ja, sommige investment bankers hebben misbruik hebben gemaakt van de situatie door transacties te doen waar heel veel geld mee is verdiend. Maar om het nou enkel over bonussen te hebben, dat biedt geen oplossing.
Voor bestuursvoorzitter Niek Hoek van Delta Lloyd Groep die ook op de avond sprak, sloten de woorden van Van Keulen ongetwijfeld aan op wat hij onlangs in de NRC bijlage Q4 stelde: ‘Iedereen heeft daar aan bijgedragen. De consumenten hebben teveel besteed, en de banken teveel gegeven.’
De ook aanwezige AFM-voorzitter Hans Hoogervorst pleitte ondertussen voor strengere wetgeving voor banken. ‘Je bent altijd dommer dan degenen op wie je toezicht houdt’ en ‘We gaan in ieder geval niet meer concurreren op onvoorzichtigheid,’ vindt Hoogervorst.
Zeker is dat bijna niemand de crisis in deze omvang echt heeft zien aankomen en dat het laatste woord over wat er nu gaat komen nog lang niet is gezegd. In dit verband is het aardig om terug te kijken naar standpunten van vóór de ineenstorting van de financiële markten. Kijk naar deze twee toch wat ongemakkelijke films.
In onderstaande film houdt voormalig president George W. Bush een speech over huizenbezit, op 17 oktober 2002. ‘You see, we want everybody in America to own their own home. That’s what we want. This is — an ownership society is a compassionate society.’
De tweede is een recentere opname, van februari 2008. Een scherpe discussie in het tv-programma ‘De leugen regeert’ tussen financieel journalist Willem Middelkoop en hoogleraar Arjo Klamer over ‘een dreigende crisis’. Klamer: ‘De crisis is een hype.’ Middelkoop: ‘Het hele derivaten systeem, die wereld bestaat niet meer.’
De les van dit alles: het is bijzonder moeilijk om de blik helder te houden als je ergens middenin zit.
Kunnen we ons een nieuwe toekomst voorstellen waarin welvaart en duurzaamheid, economische en maatschappelijke doelen, rijke landen en ontwikkelingslanden met elkaar in evenwicht zijn? Of is de recente financiële crisis een voorteken van afglijden naar versplintering, defensief protectionisme en maatschappelijke en nationale conflicten?
Een evenwichtiger economie is zeker mogelijk, maar vergt van de politiek een ongebruikelijke verbeeldingskracht en sterk leiderschap. De directe aanleiding voor de huidige economische malaise was juist een buitengewoon grote onevenwichtigheid, waarbij Amerikaans ondernemerschap en Amerikaanse vernieuwingskracht op grote schaal zijn ingezet voor puur financiële constructies en producten, ten koste van de rest van de economie. Deze giftige innovaties hebben ook de handelspartners van de VS besmet.
De financiële sector speelde dus niet langer zijn nuttige rol van financiële bemiddelaar tussen beleggers en ondernemers in de reële economie, maar werd een wereld op zich. In deze nieuwe wereld van speculatie, hoge schuldratio’s en exorbitante rendementseisen werden zelfs normaal gesproken prudente bankiers door de gekte meegesleurd, al was het maar om geen klanten en marktaandeel te verliezen.
Wij Amerikanen hebben een chronisch handelstekort op het gebied van goederen en diensten. De afgelopen jaren waren onze meest succesvolle exportproducten giftige financiële producten en een extreme vrijemarktideologie. Beide zijn onverenigbaar met een evenwichtiger, eerlijker samenleving.
Volgens de ideologie van de extreme deregulering was vrijwel alles wat als innovatie kon worden gekenschetst goed. De combinatie van een uiterst lage rente en zeer los financieel toezicht blijkt, zo weten we inmiddels, fataal te zijn geweest.
De Europese economie zal zich waarschijnlijk sneller herstellen omdat het financiële stelsel in Europa minder vermolmd is en omdat de Europeanen flexibele sociale stelsels hebben opgebouwd. Ook de Europese industriële productie en export staan er beter voor.
De Verenigde Staten moeten drie dingen doen: de banken weer gezond maken; de financiële sector een bescheidener, meer aangemeten rol geven en er goed toezicht op uitoefenen; een macro-economisch beleid voeren waarmee opnieuw een goed functionerende reële economie kan worden opgebouwd.… >>
De mensheid was altijd arm. Duizenden jaren lang veranderde er nagenoeg niets. Je kinderen zouden hetzelfde leven leiden als jij. In 1800 was de levensstandaard van de gemiddelde Europeaan ongeveer hetzelfde als in het jaar nul. Maar toen gebeurde er iets dat alles veranderde: er kwam economische vrijheid. Langzaam maar zeker - tegen de stroom in van forse tegenstand - verwierf de mens de vrijheid om een bedrijf te beginnen, te handelen, te investeren, geld te sparen, te concurreren en te innoveren. Vandaag de dag is de gemiddelde Europeaan 15 keer rijker dan in 1820. We leven ongeveer 3 keer zo lang en we kunnen er wel van uitgaan dat onze kinderen een nog welvarender leven zullen leiden dan wijzelf.
Dit is een belangrijk perspectief om voor ogen te houden als wij praten over de crisis en over financiële instellingen. De afgelopen tweehonderd jaar - en dus nog maar kort in dit langetermijnperspectief - zijn een revolutie geweest. En verandering heeft zich nog nooit zo snel voltrokken als de afgelopen 25 jaar. De wereldhandel is met 300 procent toegenomen. Het gemiddelde mondiale inkomen is 50 procent gestegen. Extreme armoede is gehalveerd. De reden? Opnieuw: economische vrijheid. Sinds de val van de Berlijnse muur is de economische vrijheid enorm gegroeid binnen en tussen landen. Dit proces van globalisering heeft geleid tot een explosie van wereldwijde welvaart.
Er zijn talrijke economische crises geweest. Onderzoekers wijzen meestal naar vijf à tien perioden van grotere economische neergang gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar, en nog veel meer kleinere. Je kunt daaruit concluderen dat economische recessies vroeger dieper en langer waren dan tegenwoordig. Maar we bevinden ons in de eerste mondiale recessie, wat inhoudt dat er geen werelddeel in staat is de andere mee te trekken uit het dal. Dit jaar neemt de wereldhandel waarschijnlijk met tien procent af en de hele economie krimpt. De geldstroom naar ontwikkelingslanden is afgenomen met tachtig procent ten opzichte van 2007. Dit is ernstig; de negatieve sociale gevolgen zullen alleen nog maar toenemen, ook als de economie weer opleeft.… >>
Tijdens een crisis wordt alles anders, zelfs als je helemaal niets onderneemt. Een gunstige tijd voor innovatie. Goed beschouwd heb je tijdens een crisis eindelijk tijd om eens rustig naar iets constructiefs uit te kijken, want het oude is bezig zichzelf op te ruimen. Daarbij is het ook nog eens verstandig om de zaken een beetje op hun beloop te laten, want het hoofdkenmerk van een crisis is dat niemand weet wat er moet gebeuren. Of juist iedereen en dat heeft precies hetzelfde effect.
De juiste tijd dus om alle acties even op te schorten en een brede maatschappelijke discussie te starten over een ambitieus masterplan voor een smart society. Dat wil zeggen: een echte kennissamenleving en een werkende kenniseconomie. Nu kunnen de fundamenten worden gelegd om van Nederland straks een sustainable delta te maken.
Uitgewerkte ideeën over smart living en smart working maken Nederlandse huishoudens straks producenten in plaats van consumenten. Producenten van energie, zorg, voeding, mobiliteit, onderwijs, communicatie en amusement. Dat zou de kwaliteit van leven enorm kunnen verhogen: de Nederlander bungelt dan niet langer als een passieve gebruiker aan het eind van iedere productiekolom, maar staat fier en verantwoordelijk aan het begin. En een dergelijke revolutie in het uitwisselen van goederen en data is in Nederland ook nog eens minder moeilijk dan in de rest van de wereld. Het land is klein, de overheid is benaderbaar en heeft handelsgeest, de inwoners zijn hoogopgeleid maar ook pragmatisch, de wetenschap is van topklasse en de beschikbare reserves zijn zeer behoorlijk. Onze uitgangspositie in deze wereldwijde crisis is echt uitstekend.
Maar zo werken wij niet in Nederland. Consensus bereiken over een gezamenlijke toekomstvisie? We klussen gejaagd door. De een ziet zich genoodzaakt tot snelle maatregelen om te conserveren wat hij heeft. Een ander voelt zich eindelijk bevrijd om radicaal veranderingen door te voeren die tot dan toe geen enkele kans hadden. En velen zwalken heen en weer tussen angst voor en verlangen naar de onbekende toekomst. Zij lopen achteruit de toekomst in en maken in hoog tempo de ene vergissing goed met de volgende.… >>
Vrijdag publiceerden zeven Europese ministers van financiën in de Volkskrant een open brief aan de top van de G20 over de schijnbaar onuitroeibare bonuscultuur bij banken. De ministers, onder wie Wouter Bos, stellen dat banken niet opnieuw mogen vervallen in hun ‘schadelijke praktijken’ en doen een klemmend beroep op ingrijpen in bonussen en prestatiebeloningen. ‘Cynisch en gevaarlijk’ vinden de zeven ministers de opstelling van de banken, die, nu het op de financiële markten weer iets beter lijkt te gaan, onmiddellijk onbeschaamd in hetzelfde gedrag als voorheen terugvallen.
Het kan nog cynischer. Terwijl de ministers de afgelopen week ongetwijfeld druk bezig waren om hun oproep op te stellen, publiceerde David Cho van de Washington Post het artikel One Year after the Crisis ‘Banks ‘Too Big to Fail’ Have Grown Even Bigger’. Journalist Cho, die voor zijn artikelen over de aanloop van de kredietcrisis onlangs werd bekroond, constateert dat de vier grootste banken in de VS door de crisismaatregelen alleen maar nog groter zijn geworden, terwijl die monstrueuze afmetingen van financiële instituten nu juist een van de problemen vormden die leidden tot de crisis. En was de les niet dat banken nooit meer zo groot mochten worden dat omvallen tot een complete instorting van de economie zou kunnen leiden? Maar juist het voorkomen van dat omvallen, houdt het probleem in stand en maakt het zelfs erger. Of, zoals Sheila C. Bair, bestuursvoorzitter van Federal Deposit Insurance Corp het formuleert: “It fed the crisis, and it has gotten worse because of the crisis.”
De vier grootste banken - J.P. Morgan Chase, Bank of America, Wells Fargo en Citibank - hebben hun marktaandeel aanzienlijk vergroot (ze zijn goed voor de helft van alle verstrekte hypotheken en twee op de drie credit cards), ze gebruiken die dominantie om hun tarieven te verhogen, en dan profiteren ze ten opzichte van hun concurrenten ook nog van de zekerheid die de overheidssteun garandeert. Het is een pijnlijk dilemma, volgens Cho, een ‘moral hazard’, net als de discussie over bonussen. De grote banken zien hun winsten stijgen, terwijl de kleinere, zonder steun, het steeds moeilijker krijgen. En de consument trekt wederom aan het kortste eind.