Het DNA van grote vernieuwers
Wat maakt zeer succesvolle ondernemers als Steve Jobs van Apple of Jeff Bezos van Amazon.com zo visionair en innovatief? Waarom zien zij kansen waar anderen zitten te slapen? Welk benijdenswaardig DNA bezitten zij? Duidelijk is dat er iets in deze mannen is dat hen onderscheidt van de meeste van hun collega’s en dat dat ‘iets’ voor ondernemingen – binnen welke sector dan ook - het verschil kan maken tussen winnen en verliezen. Voor de hoogleraren Jeffrey Dyer (Wharton Business School), Hal Gregersen (INSEAD) en Clayton Christensen (Harvard Business School) vormde het in ieder geval interessant onderzoeksmateriaal. Zes jaar lang volgden zij 3000 ‘creative executives’ en daarnaast hielden ze nog zo’n 500 diepte-interviews, allemaal om onderscheidende factoren te kunnen definiëren en toepassen.

Ze vonden er vijf, zo meldden ze een paar maanden geleden in een artikel in de Harvard Business Review. De onderzoekers noemen het ‘discovery skills’ en ondernemingen kunnen hun innoverend vermogen aanzienlijk vergroten als ze mensen met deze vaardigheden bewust en continu inzetten. De eerste eigenschap die alle innovatieve leiders tonen: ze kunnen associëren, een eigenschap die creatieve mensen in staat stelt om zinnige verbanden te leggen tussen vraagstukken en ideeën die ogenschijnlijk weinig met elkaar hebben te maken. De tweede vaardigheid: ze blijken allemaal uitstekend vragen te kunnen stellen: wie steeds weer vraagt naar het waarom, of het waarom niet, of naar wat als…, schudt de status quo op en opent nieuwe vergezichten. Het vermogen om heel scherp naar details te kijken, is de derde vaardigheid. Vooral in het observeren en analyseren van menselijk gedrag zijn innovators bijzonder goed. De vierde is het willen en kunnen experimenteren: altijd zijn deze leiders bezig met nieuwe werelden ontdekken. En tenslotte de vijfde vaardigheid: ze zijn allemaal heel goed in netwerken met slimme en talentvolle mensen met wie ze vaak weinig gemeen hebben, maar van wie ze veel kunnen leren.
In een eerder interview leggen de professoren uit welke van de eigenschappen ze het belangrijkste vinden. Het vragenstellen is cruciaal, want blijkt te werken als een aanjager van alle andere skills. Maar het vermogen tot associëren is de echte sleutel tot innovatie: ‘New ideas aren’t created without connecting problems or ideas in ways that haven’t been connected before.’ Als je het in één woord zou moeten samenvatten, zo stellen ze, dan zou het zijn ‘inquisitiveness’. Met andere woorden: innovatieve leiders zijn en blijven nieuwsgierig en leergierig als een kind.
En dat laatste is ook meteen het probleem: in elke organisatie troffen de onderzoekers zeker zo’n 15 procent aan zeer talentvolle, innovatieve managers aan, maar veel van hen waren bang om met hun vragen en leergierigheid als dom en onervaren te worden beoordeeld. Ze hebben al jong geleerd dat de juiste antwoorden meer worden gewaardeerd dan uitdagende vragen. Tenzij je natuurlijk werkt voor een bedrijf als Apple of Google.
Op YouTube staat een filmpje waarin professor Gregersen het nog eens in een interview toelicht.

