11 september 2009, door Johnny Munkhammar

De financiële crisis ― het falen van de politiek

De mensheid was altijd arm. Duizenden jaren lang veranderde er nagenoeg niets. Je kinderen zouden hetzelfde leven leiden als jij. In 1800 was de levensstandaard van de gemiddelde Europeaan ongeveer hetzelfde als in het jaar nul. Maar toen gebeurde er iets dat alles veranderde: er kwam economische vrijheid. Langzaam maar zeker - tegen de stroom in van forse tegenstand - verwierf de mens de vrijheid om een bedrijf te beginnen, te handelen, te investeren, geld te sparen, te concurreren en te innoveren. Vandaag de dag is de gemiddelde Europeaan 15 keer rijker dan in 1820. We leven ongeveer 3 keer zo lang en we kunnen er wel van uitgaan dat onze kinderen een nog welvarender leven zullen leiden dan wijzelf.

Johnny Munkhammar

Dit is een belangrijk perspectief om voor ogen te houden als wij praten over de crisis en over financiële instellingen. De afgelopen tweehonderd jaar - en dus nog maar kort in dit langetermijnperspectief - zijn een revolutie geweest. En verandering heeft zich nog nooit zo snel voltrokken als de afgelopen 25 jaar. De wereldhandel is met 300 procent toegenomen. Het gemiddelde mondiale inkomen is 50 procent gestegen. Extreme armoede is gehalveerd. De reden? Opnieuw: economische vrijheid. Sinds de val van de Berlijnse muur is de economische vrijheid enorm gegroeid binnen en tussen landen. Dit proces van globalisering heeft geleid tot een explosie van wereldwijde welvaart.

Er zijn talrijke economische crises geweest. Onderzoekers wijzen meestal naar vijf à tien perioden van grotere economische neergang gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar, en nog veel meer kleinere. Je kunt daaruit concluderen dat economische recessies vroeger dieper en langer waren dan tegenwoordig. Maar we bevinden ons in de eerste mondiale recessie, wat inhoudt dat er geen werelddeel in staat is de andere mee te trekken uit het dal. Dit jaar neemt de wereldhandel waarschijnlijk met tien procent af en de hele economie krimpt. De geldstroom naar ontwikkelingslanden is afgenomen met tachtig procent ten opzichte van 2007. Dit is ernstig; de negatieve sociale gevolgen zullen alleen nog maar toenemen, ook als de economie weer opleeft.

Waardoor is deze crisis dan zoveel ernstiger dan een gewone crisis? Er zijn meerdere oorzaken. Ten eerste subsidieerde de Amerikaanse regering het lenen van geld aan mensen die het niet terug konden betalen. In 2007 bedroegen deze ‘subprime’-leningen zo’n 1300 miljard dollar. Ten tweede werd dit ongebreidelde lenen nog eens versterkt door een monetair beleid dat probeerde een recessie als na het uiteenspatten van de IT-luchtbel in 2001 te voorkomen en daardoor de rente veel te lang veel te laag hield − waardoor het lenen van geld alleen maar verder toenam. Ten derde is het inkomen van de Chinezen decennialang zeer hoog geweest, maar de Chinezen spaarden liever dan dat ze uitgaven of investeerden − en het spaargeld financierde die enorme tekorten in de VS.

Dit alles kwam voort uit rechtstreekse bemoeienissen van overheden. Een andere oorzaak waren de nieuwe en complexe financiële instrumenten die de slechte leningen verpakten met goede en ze opnieuw verkochten − en op die manier de vergiftigde pakketjes over de hele wereld verspreidden. Dit was mogelijk doordat de ratingbureau’s ze allemaal bestempelden met het etiket ‘AAA’ − en dankzij strenge regelgeving hebben de grote ratingbureau’s feitelijk een monopoliepositie, met veel te weinig concurrentie. Velen hebben voor deze risico’s gewaarschuwd, maar niemand luisterde, want in de goede tijden verdiende iedereen in de financiële sector goed.

Er is geen ‘quick fix’ voor deze recessie. Exportgedreven herstel is alleen mogelijk als we kunnen handelen met een buitenaardse planeet. Veel overheden hebben getracht hun burgers te laten zien dat ze er bovenop zitten en hebben massale stimuleringsprogramma’s opgetuigd. En dat wil zeggen: de overheid geeft het geld uit dat wij morgen verdienen − want het lenen door de overheid moet straks door de belastingbetaler worden opgehoest. De massale schuld die nu wordt opgebouwd, vormt misschien wel de basis van een toekomstige crisis. Ook vertonen verschillende landen protectionistische trekjes. Dat zijn verontrustende voortekenen.

We komen deze crisis wel te boven, maar hoe: zwakker of sterker? Dat hangt van onze huidige beleidskeuzes af. Als overheidsingrijpen de crisis voor een belangrijk deel heeft veroorzaakt, is verder overheidsingrijpen dan wel de oplossing? Als een bovenmatige schuld heeft bijgedragen aan de crisis, zijn verdere schulden dan het medicijn? Als te lage rentestanden de luchtbel hebben opgeblazen, leiden nog lagere rentestanden dan tot herstel? Overal ter wereld sturen overheden op meer regulering van de financiële markten. Bovendien willen ze regels opstellen voor hedge funds, maar die hebben helemaal geen rol gespeeld in het ontstaan van de crisis.

Als politici daadkracht willen tonen, dan zijn er dingen die gedaan moeten worden, om ons sterker uit de crisis te laten komen.

- Ten eerste: zorg voor een vrije wereldhandel. In de jaren 30 veranderde protectionisme de recessie in een depressie, doordat er een handelsoorlog ontstond. Een internationaal raamwerk voor vrijere wereldhandel is de snelste weg omhoog voor economisch herstel.

- Ten tweede: maak de samenleving flexibeler, zodat middelen van oude sectoren naar nieuwe sectoren kunnen stromen. We zouden niet de Europese auto-industrie − met twee miljoen werknemers − moeten subsidiëren, maar liever het mkb − met 90 miljoen werknemers − moeten faciliteren.

- Ten derde: liberaliseer de sociale zekerheid zoals gezondheidszorg, het onderwijs, de ouderenzorg, de pensioenen en de sociale verzekeringen. Nu zijn dit overheidsmonopolies − in plaats daarvan zouden het dynamische, werkgelegenheid genererende, exportindustrieën moeten zijn.

- Ten vierde: beperk de regulering van de financiële markten. De liberalisering van financiële wereldmarkten is de basis geweest van de toename van onze welvaart in de laatste 25 jaar. Dit moet doorgaan, ook door een verdere integratie van de Europese financiële markten.

Het tempo waarin een land hervormingen doorvoert, zal uiteindelijk bepalend zijn voor de mate van herstel. Landen die werkelijke hervormingen doorvoeren, zullen sneller en krachtiger terugveren uit de recessie. De arbeidsmarkt is een wezenlijk onderdeel in dat proces. Rigide arbeidsmarkten leiden tot grotere werkloosheid, vooral onder jongeren en immigranten, en dat is weer een voedingsbodem voor sociale onrust. In vrijere arbeidsmarkten, zoals in Denemarken en Nederland, zullen mensen sneller bewegen van onproductieve naar productieve sectoren en zal er sneller werkgelegenheid ontstaan.

We weten niet wat we morgen zullen consumeren. Driekwart van wat we vandaag consumeren, bestond een eeuw geleden helemaal niet. Daarom weten we nu ook niet wat we straks zullen produceren, wat voor ondernemingen er zullen zijn of hoe de toekomstige banen eruit zullen zien. We weten alleen dat het anders zal zijn. Regeringen kunnen nooit een product of een onderneming aanwijzen en zeggen: dat is de toekomst. De toekomst wordt gevormd door miljoenen interacties tussen pioniers, investeerders, ondernemers en consumenten. En dat vereist vrijheid. Vrijheid die al die interacties mogelijk maakt en op een efficiënte manier.

Ondernemerschap is in de woorden van professor William Baumol: “De dappere en bevlogen afwijking van vaste handelspatronen en gebruiken.” Of, in de woorden van Howard Stevenson van Harvard Business School: “Het nastreven van mogelijkheden voorbij de middelen die je op dit moment hebt.” Dat geldt ook voor financiële vernieuwers en ondernemers. Ze hebben vrijheid nodig om de producten, de voorspoed en de wereld van morgen te creëren. En wij moeten de tijd dat deze crisis duurt benutten om zulke hervormingen door te voeren.

Bekijk het verhaal van Johnny Munkhammar dat voor Q1234 in onderstaand gefilmde interview is samengevat: Johnny Munkhammar (deel 1, 2 en 3).

geplaatst op 11 september 2009 om 23:32 uur door Johnny Munkhammar

9 reacties

  • 12 september 2009 om 15:30 door maarten

    Ik kan het met veel eens zijn maar niet met alles. Ik ben het niet eens met het idee dat de welvaart en gezondheid sinds 1820 enorm is gestegen voor de gehele bevolking. Dat zie ik wel gebeuren nadat we meer persoonlijke vrijheid kregen in het begin van de vorige eeuw. Toen die vrijheid groter werd na WOII stegen welvaart en gezondheid mee.
    Ik kan het dus ook niet eens zijn met je derde conclusie over de liberalisering van de gezondheidszorg. Onze gezondheid is gestegen nadat de overheid zich er mee is gaan bemoeien, niet omdat de industrielen zich er sinds begin 1800 ervoor inzetten. Er was flink wat socialistische druk voor nodig.

  • 12 september 2009 om 17:33 door t.kurstjens

    Meneer Munkhammer toont de tunnelvisie van veel economen: “economische groei is goed”.
    Dan geeft John Schaberg in dezelfde NRC van 1209009 meer perspectief. Wat is er zo goed aan economische groei in onze westerse wereld die eerder lijdt aan overconsumptie?
    Waarom meer flexibiliteit in een wereld die leeft in angsten en onzekerheden?
    En dan liberalisering van sociale zekerheid? Als er een manier is om sociale zekerheid in onzekerheid te veranderen dan is dat wel liberalisering.
    Tenslotte nog die regulering van de financiele markten. Hard nodig toch nadat die financiele markten zichzelf bijna de nek hebben omgedraaid en daarbij grote onrust veroorzaakten?

    Als er een advies is aan regeringen dan is het wel: zorg dat (financiele) ondernemingen klein blijven, zodat ze ook failliet kunnen als ze slecht functioneren en bovendien geen monopolies vormen.

  • 13 september 2009 om 23:03 door A van der Hoorn

    De stelling van Johnny Munkhammar, dat in de 19e eeuw de welvaart plotseling explosief steeg door economische vrijheid, is ultrarechtse onzin. De voornaamste reden daarvoor was technische vooruitgang door ontdekkingen: de stoommachine, elektriciteit, medische ontdekkingen van bijvoorbeeld Louis Pasteur en Robert Koch (die geen ondernemers waren). Die zouden ook zonder “economische vrijheid” wel gedaan zijn. Die “economische vrijheid” leidde mede tot het ontstaan van een industrieel proletariaat en de verspreiding van westers kolonialisme over de wereld. En of die technische vooruitgang werkelijk een betere wereld heeft gecreëerd is nog maar de vraag: dictaturen in oost en west, een verwoestende 1e en 2e wereldoorlog, een wereld vol kernwapens, en global warming als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen. Vooruitgangsoptimisme is typisch voor het westerse denken en is bijvoorbeeld in Azie veel minder algemeen.
    Om de schuld van de kredietcrisis nu de overheid in de schoenen te schuiven is een sterk staaltje. Primair is die het gevolg van onbegrijpelijke financiele producten, waar leningen in mootjes gehakt werden om vervolgens opnieuw verpakt en verkocht te worden, en een bonuscultuur waarin alleen naar korte-termijn winsten wordt gekeken. En dat de hedge funds geen rol hebben gespeeld in het ontstaan van de crisis is natuurlijk ook nonsense. Veel bedrijven zijn door hedge funds leeggezogen en met een kolossale schuldenlast opgezadeld. PCM Uitgevers met NRC Handelsblad is helaas hiervan een zeer goed voorbeeld.

  • 15 september 2009 om 10:59 door Cor Fortgens

    In ondersteun de analyse van Johnny Munkhammer in grote lijnen. Zonder (bevochten) vrijheid verandert er niets. Niemand levert vrijwillig zijn bevoorrechte positie in. Ook die stoommachines waar en beschrijver het over heeft hadden niets uitgericht als er niet mensen waren geweest die deze ondanks alle tegenwerking van de gevestigde orde toch hadden ingezet. En ze konden dat (uiteindelijk) doen omdat ze voor zich net voldoende ruimte (vrijheid) wisten te verschaffen om hun plannen door te zetten. Dat bijvoorbeeld de industriële revolutie niet voor iedereen een zegen was beaam ik. Maar ook dat heeft veel met vrijheid te maken. Het industriële proletariaat was niet vrij eigen bezit op te bouwen. Ze konden niet beschikken over hun eigen tijd en arbeid. Ze waren niet vrij om bij de concurrent te gaan werken of iets geheel anders te gaan doen. Ook het recht van die arbeiders om zich te organiseren om zodoende een sterkere onderhandelingspositie op te bouwen (en waardoor er veel verbeterd is) heeft alles te maken met meer vrijheid. Ik heb niet van Johnny Munkhammer gelezen dat hij bedoelde vrijheid voor sommigen.

    Van vooruitgangsoptimisme, dat een van de briefschrijvers Johnny aanwrijft lees is in dit artikel niets. Ja, een flexibele economie kan zich snel herstellen. Maar of dat betekent dat het altijd meer en groter zal worden, daar zegt hij niets over. Sterker, hij schrijft dat we niet weten wat we straks zullen consumeren. Ik zeg, misschien komt er zelfs wel een trend dat we minder willen produceren. Dat we onze eigen groente willen gaan verbouwen, of dat we genoegen scheppen in kleding die een leven lang meegaat, of dat …enzovoorts . Maar ook dan is flexibiliteit en vrijheid nodig om te voorkomen dat bijvoorbeeld de gevestigde voedselindustrie via de politiek allerlei kwaliteitseisen gaat stellen de te verbouwen groente waaraan alleen maar de gevestigde voedselindustrie kan voldoen. Etc.

    Aan het betoog van Johnny Munkhammerzou daar graag 1 aspect willen toevoegen, namelijk openbaarheid. Het key element van het betoog zijn die “miljoenen interacties tussen pioniers, investeerders, ondernemers en consumenten”. Vrije toegang tot informatie vind ik essentieel voor vrijheid van handelen. Met name de informatie waarop politieke leiders en leveranciers hun verkoopargumenten baseren. Openbaarheid is nodig voor de “checks and balances” die nodig zijn voor tijdige correcties. Bob Marley zingt: “You can fool some people sometimes, but you can’t fool all the people all the time.” Ik zeg daarbij: “omdat de leiders gedwongen worden inzage te geven in de feiten waar ze zich op zeggen beroepen”.

  • 16 september 2009 om 15:22 door Peter Sluijter

    Johnny Munkhammar zit er naar mijn mening helemaal naast. De oorzaak van de huidige crisis zit juist in het ongebreidelde kapitalisme.
    Vroeger was een investeerder iemand die geld in een bedrijf stak en daarvoor een redelijk rendement ontving in de vorm van divident. Daarnaast moest het geïnvesteerde geld de inflatie bijhouden d.m.v. de koers van het aandeel.
    De huidige beleggers op de beurs zijn voor een groot deel geen investeerders meer maar gokkers: Het geïnvesteerde geld moet binnen een jaar zo ongeveer verdubbelen door een hogere koers. Bedrijven die b.v. 5% meer winst maakten zagen hun aandelenkoers vaak fors onderuit gaan omdat deze gokkers op 15% hadden gerekend; te gek voor woorden.
    Mede hierdoor hebben veel bedrijven - en zeker niet alleen in de financiële sector - alleen nog maar oog voor de shareholders. Terwijl ik denk dat er veel meer belanghebbenden zijn (steakholders): werknemers, klanten, toeleveranciers, en uiteraard ook de aandeelhouders.
    Door de bonuscultuur zijn veel bestuurders verleid om alleen maar naar de koersontwikkeling op korte termijn te kijken, met alle risico’s vandien.
    En de meest ergerlijke vorm van deze vorm van kapitalisme zijn de hedgefunds. Met geleend geld een bedrijf opkopen en dan deze schuld op
    de balans van dat bedrijf zetten, en vervolgens het bedrijf ‘leegroven’, ik had het zelf niet kunnen verzinnen!
    Daarom pleit ik voor een loslaten van het Angelsaksische model en weer terug te keren naar het Rijnlandse economische model met beperking van de macht van de aandeelhouders en meer invloed voor de RvC, waarbij in deze RvC diverse steakholders zijn vertegenwoordigd.
    En dan wat onze (levens)verzekeringssector betreft: Het IFRS model voor de verslaglegging (met waardering van beleggingen op de dagkoers) loslaten en weer waarderen op een gemiddeld langjarig rendement om daarmee de enorme fluctuaties van de dekkingsgraad van pensioenfondsen en verzekeraars te beperken.

  • 16 september 2009 om 23:51 door R.Thelosen

    Inderdaad is het klinklare onzin van Munkhammar om te beweren dat de welvaart het gevolg is van economische vrijheid. Zoals ook eerder A. van der Hoorn opmerkte zijn het vooral de wetenschappelijke en technische innovaties geweest die tot nieuwe instrumenten, machines en technologieën hebben geleid waardoor massafabricage mogelijk werd. Daardoor steeg de produktiviteit enorm en werden produkten goedkoper.
    Samen met gestegen inkomens dankzij wettelijke regels nam de welvaart in inkomen en leefomstandigheden geweldig toe.
    Dankzij de menselijke geest/vernuft hebben machines het (handen-)werk van mensen kunnen overnemen.
    De oplossingen die Munkhammar dus aandraagt zijn dus nog méér neo-liberalisme. Nog meer economische vrijheid is echter juist schadelijk gebleken. Beter kunnen we het Europese Rijnland- (of Rijndelta-)model van een sociaal, menselijk kapitalisme in ere herstellen.
    Streven naar Duurzaam Ondernemen met eerlijke en transparante prijzen en het delen van welvaart wereldwijd.
    We moeten banken, financiële instellingen en bedrijven inderdaad klein houden zodat ze geen systeemcrisis kunnen veroorzaken en geen monopolie of oligopolie kunnen vormen.
    Het bedrijfsleven moet juist eerder samenwerken dan concurreren omdat de economie efficiënt en effectief moet zijn. Efficiënt vanwege minimale verspillingen van kostbare grondstoffen en hulpbronnen. Effectief wil zeggen dat we produkten en diensten leveren waar een echte behoefte aan is.
    Associaties (overleg en afstemming tussen producenten, handelaren en consumenten) zijn daarvoor nodig.
    Lees ook het boek Trias Politica Ethica (Nearchus 2006).

  • 17 september 2009 om 21:02 door Cor Fortgens

    Ik vind de reacties van andere lezers erg leuk te lezen.

    Maarten betwijfelt of de welvaart inderdaad ‘begonnen’ is rond 1820. Ik zou dat ook niet weten. Hoe zou je dat moeten meten? Bestaan er koopkrachtplaatjes voor de laatste 500 jaar?

    Kurstjens meent dat de financiele markten zichzelf bijna de nek hebben omgedraaid. Een markt is volgens mij een abstractie zonder nek. Bedoelt hij dat er ‘financiele mensen’ zijn die zichzelf de nek hebben omgedraaid? Lijkt me sterk. Volgens mij hebben aantal mensen er met hun ongebreidelijke speculaties voor gezorgd dat mensen die een leven lang gespaard hebben in een klap van hun geld af zijn. Of ze hebben er voor gezorgd dat managers in bedrijven alle reserves wegsnoeiden omdat het alleen maar bergop zou gaan. Die spaarders hangen zich misschien op aan hun nek, niet de financiele topcriminelen. De winsten trekken weer
    aan, de grote banken hebben hun marktaandeel nog groter weten te maken, en niemand wordt daar verantwoordelijk voor gehouden. Sterker, de speculanten worden beloond met milarden injecties en blijven
    helemaal buiten schot. Diegenen die niet meegedaan hebben met die speculaties worden echter niet beloond. Zij krijgen niets.

    Van de Hoorn ziet economische vrijheid als ultrarechtse onzin. Het feit dat ik kan kiezen voor welke baas ik wil werken, in welke winkel ik mijn inkopen ga doen, of ik wil gaan sparen, en aan wie ik mijn spaarcenten wil toevertrouwen mag dan ultrarechtse onzin zijn in de ogen van Van de Hoorn, maar ik stel ze erg op prijs. Sterker, ik zou graag meer willen. Ik zou bijvoorbeeld willen kunnen meebeslissen wat er met mijn centen in mijn pensioenfondsen gebeurt (pensioengerechtigden hebben momenteel vrijwel geen stem).

    Van de Hoorn vindt dat Munkhammer de overheid onterecht beschuldigt van de crisis. Ik lees dat niet zo duidelijk, maar dat de overheden een belangrijke rol speelt die lang niet altijd goed uitpakt is mij wel duidelijk. Ze zich laten adviseren door topeconomen die de crisis ook niet hadden zien
    aankomen en die elkaar om het hefstigst tegenspreken als het gaat om de te nemen maatregelen. Maar ondertussen gaan de politici dapper door. Als je niets doet wordt je laksigheid verweten. Als je met je acties de boel eventueel voor jaren verkloot, dat ben je tenminste daadkrachtig geweest. Duidelijk waarvoor de politicus dan kiest. Afijn, hier valt nog een hoop over te discussieren.

    Uiteindelijk vraagt Van de Hoorn zich af of al die vooruitgang die de stoommachine en de penicilie heeft gebracht wel echte vooruitgang is. Misschien zou hij de economisch vrijheid moeten hebben af te zien van deze ‘verworvenheden’. Dat zal niet makkelijk zijn. Als je mensen zou adviseren geen gebruik te maken van de ‘moderne’ middelen kon wel eens wegens opruiing in de gevangenis komen.

    Peter Sluijter ziet de oorzaak van de huidige crisis in een ongebreideld kapitalisme. Ik weet niet wat dat precies is, maar ik zou de oorzaak eerder zien in ongebreidelijke criminele speculaties. Zulke criminelen zijn er ook in communistische landen, of monarchien of in Afrikaanse landen met warlords aan de macht. Het is zaak dat in een maatschappij mechanismes worden gecreeerd en onderhouden die de grote excessen weten te voorkomen. Kennelijk hebben we die nog niet op orde.

    Daarom zal Thelosen pleiten voor een ander bestuurlijk model. Ik denk ook dat je het in die richting moet zoeken. Of een model met de Beierse achterkamertjes politiek (dit is geen serieuze opmerking) nou zoveel beter is weet ik nog niet. Maar ik denk wel dat daar de discussie over moet gaan. Ik denk dat we manieren moeten vinden dat meer mensen beter in staat zijn op te komen voor hun eigen belangen zodat ze minder overgeleverd zijn aan de boardrooms met mensen die zeggen hen te vertegenwoordigen en vervolgens vooral dat doen wat ze zelf goed uit komt. Uiteraard kun je daar anders over denken. Dat geldt voor spaarders (kapitaalverschaffers), dat geldt voor leveranciers van arbeidskracht (werknemers ), dat geldt voor ‘omwonenden’. Ik zie hier kansen voor meer vrijheid en meer openbaarheid. Nu zijn werknemers nog maar nauwelijks vrij hun klanten (werkgevers) tegen te spreken. Nu bepalen weinig mensen wat de rest mag weten en niet weten. Dat betekent wel dat er mensen zijn die veel van hun macht moeten inleveren.

    Dat zal nog niet eenvoudig zijn.

  • 31 augustus 2010 om 10:30 door patrick koimans

    Interessant nieuws Johnny Munkhammer heeft zich verkiesbaar gesteld voor de Zweedse `Riksdag` zeg maar het wetgevend parlement van Zweden . De riksdag is vergelijkbaar aan de Rijksdag in Duitsland. Johnny heeft zich verkiesbaar gesteld voor de `Moderate Party of Sweden` de rechts liberale partij van Zweden. De verkeizingen zijn de derde zondag van september.

    Patrick

Plaats een reactie






Terug naar boven