De financiële crisis ― het falen van de politiek
De mensheid was altijd arm. Duizenden jaren lang veranderde er nagenoeg niets. Je kinderen zouden hetzelfde leven leiden als jij. In 1800 was de levensstandaard van de gemiddelde Europeaan ongeveer hetzelfde als in het jaar nul. Maar toen gebeurde er iets dat alles veranderde: er kwam economische vrijheid. Langzaam maar zeker - tegen de stroom in van forse tegenstand - verwierf de mens de vrijheid om een bedrijf te beginnen, te handelen, te investeren, geld te sparen, te concurreren en te innoveren. Vandaag de dag is de gemiddelde Europeaan 15 keer rijker dan in 1820. We leven ongeveer 3 keer zo lang en we kunnen er wel van uitgaan dat onze kinderen een nog welvarender leven zullen leiden dan wijzelf.
Dit is een belangrijk perspectief om voor ogen te houden als wij praten over de crisis en over financiële instellingen. De afgelopen tweehonderd jaar - en dus nog maar kort in dit langetermijnperspectief - zijn een revolutie geweest. En verandering heeft zich nog nooit zo snel voltrokken als de afgelopen 25 jaar. De wereldhandel is met 300 procent toegenomen. Het gemiddelde mondiale inkomen is 50 procent gestegen. Extreme armoede is gehalveerd. De reden? Opnieuw: economische vrijheid. Sinds de val van de Berlijnse muur is de economische vrijheid enorm gegroeid binnen en tussen landen. Dit proces van globalisering heeft geleid tot een explosie van wereldwijde welvaart.
Er zijn talrijke economische crises geweest. Onderzoekers wijzen meestal naar vijf à tien perioden van grotere economische neergang gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar, en nog veel meer kleinere. Je kunt daaruit concluderen dat economische recessies vroeger dieper en langer waren dan tegenwoordig. Maar we bevinden ons in de eerste mondiale recessie, wat inhoudt dat er geen werelddeel in staat is de andere mee te trekken uit het dal. Dit jaar neemt de wereldhandel waarschijnlijk met tien procent af en de hele economie krimpt. De geldstroom naar ontwikkelingslanden is afgenomen met tachtig procent ten opzichte van 2007. Dit is ernstig; de negatieve sociale gevolgen zullen alleen nog maar toenemen, ook als de economie weer opleeft.
Waardoor is deze crisis dan zoveel ernstiger dan een gewone crisis? Er zijn meerdere oorzaken. Ten eerste subsidieerde de Amerikaanse regering het lenen van geld aan mensen die het niet terug konden betalen. In 2007 bedroegen deze ‘subprime’-leningen zo’n 1300 miljard dollar. Ten tweede werd dit ongebreidelde lenen nog eens versterkt door een monetair beleid dat probeerde een recessie als na het uiteenspatten van de IT-luchtbel in 2001 te voorkomen en daardoor de rente veel te lang veel te laag hield − waardoor het lenen van geld alleen maar verder toenam. Ten derde is het inkomen van de Chinezen decennialang zeer hoog geweest, maar de Chinezen spaarden liever dan dat ze uitgaven of investeerden − en het spaargeld financierde die enorme tekorten in de VS.
Dit alles kwam voort uit rechtstreekse bemoeienissen van overheden. Een andere oorzaak waren de nieuwe en complexe financiële instrumenten die de slechte leningen verpakten met goede en ze opnieuw verkochten − en op die manier de vergiftigde pakketjes over de hele wereld verspreidden. Dit was mogelijk doordat de ratingbureau’s ze allemaal bestempelden met het etiket ‘AAA’ − en dankzij strenge regelgeving hebben de grote ratingbureau’s feitelijk een monopoliepositie, met veel te weinig concurrentie. Velen hebben voor deze risico’s gewaarschuwd, maar niemand luisterde, want in de goede tijden verdiende iedereen in de financiële sector goed.
Er is geen ‘quick fix’ voor deze recessie. Exportgedreven herstel is alleen mogelijk als we kunnen handelen met een buitenaardse planeet. Veel overheden hebben getracht hun burgers te laten zien dat ze er bovenop zitten en hebben massale stimuleringsprogramma’s opgetuigd. En dat wil zeggen: de overheid geeft het geld uit dat wij morgen verdienen − want het lenen door de overheid moet straks door de belastingbetaler worden opgehoest. De massale schuld die nu wordt opgebouwd, vormt misschien wel de basis van een toekomstige crisis. Ook vertonen verschillende landen protectionistische trekjes. Dat zijn verontrustende voortekenen.
We komen deze crisis wel te boven, maar hoe: zwakker of sterker? Dat hangt van onze huidige beleidskeuzes af. Als overheidsingrijpen de crisis voor een belangrijk deel heeft veroorzaakt, is verder overheidsingrijpen dan wel de oplossing? Als een bovenmatige schuld heeft bijgedragen aan de crisis, zijn verdere schulden dan het medicijn? Als te lage rentestanden de luchtbel hebben opgeblazen, leiden nog lagere rentestanden dan tot herstel? Overal ter wereld sturen overheden op meer regulering van de financiële markten. Bovendien willen ze regels opstellen voor hedge funds, maar die hebben helemaal geen rol gespeeld in het ontstaan van de crisis.
Als politici daadkracht willen tonen, dan zijn er dingen die gedaan moeten worden, om ons sterker uit de crisis te laten komen.
- Ten eerste: zorg voor een vrije wereldhandel. In de jaren 30 veranderde protectionisme de recessie in een depressie, doordat er een handelsoorlog ontstond. Een internationaal raamwerk voor vrijere wereldhandel is de snelste weg omhoog voor economisch herstel.
- Ten tweede: maak de samenleving flexibeler, zodat middelen van oude sectoren naar nieuwe sectoren kunnen stromen. We zouden niet de Europese auto-industrie − met twee miljoen werknemers − moeten subsidiëren, maar liever het mkb − met 90 miljoen werknemers − moeten faciliteren.
- Ten derde: liberaliseer de sociale zekerheid zoals gezondheidszorg, het onderwijs, de ouderenzorg, de pensioenen en de sociale verzekeringen. Nu zijn dit overheidsmonopolies − in plaats daarvan zouden het dynamische, werkgelegenheid genererende, exportindustrieën moeten zijn.
- Ten vierde: beperk de regulering van de financiële markten. De liberalisering van financiële wereldmarkten is de basis geweest van de toename van onze welvaart in de laatste 25 jaar. Dit moet doorgaan, ook door een verdere integratie van de Europese financiële markten.
Het tempo waarin een land hervormingen doorvoert, zal uiteindelijk bepalend zijn voor de mate van herstel. Landen die werkelijke hervormingen doorvoeren, zullen sneller en krachtiger terugveren uit de recessie. De arbeidsmarkt is een wezenlijk onderdeel in dat proces. Rigide arbeidsmarkten leiden tot grotere werkloosheid, vooral onder jongeren en immigranten, en dat is weer een voedingsbodem voor sociale onrust. In vrijere arbeidsmarkten, zoals in Denemarken en Nederland, zullen mensen sneller bewegen van onproductieve naar productieve sectoren en zal er sneller werkgelegenheid ontstaan.
We weten niet wat we morgen zullen consumeren. Driekwart van wat we vandaag consumeren, bestond een eeuw geleden helemaal niet. Daarom weten we nu ook niet wat we straks zullen produceren, wat voor ondernemingen er zullen zijn of hoe de toekomstige banen eruit zullen zien. We weten alleen dat het anders zal zijn. Regeringen kunnen nooit een product of een onderneming aanwijzen en zeggen: dat is de toekomst. De toekomst wordt gevormd door miljoenen interacties tussen pioniers, investeerders, ondernemers en consumenten. En dat vereist vrijheid. Vrijheid die al die interacties mogelijk maakt en op een efficiënte manier.
Ondernemerschap is in de woorden van professor William Baumol: “De dappere en bevlogen afwijking van vaste handelspatronen en gebruiken.” Of, in de woorden van Howard Stevenson van Harvard Business School: “Het nastreven van mogelijkheden voorbij de middelen die je op dit moment hebt.” Dat geldt ook voor financiële vernieuwers en ondernemers. Ze hebben vrijheid nodig om de producten, de voorspoed en de wereld van morgen te creëren. En wij moeten de tijd dat deze crisis duurt benutten om zulke hervormingen door te voeren.
Bekijk het verhaal van Johnny Munkhammar dat voor Q1234 in onderstaand gefilmde interview is samengevat: Johnny Munkhammar (deel 1, 2 en 3).


Stuur dit bericht door via: