Twee weken geleden wezen we op de roep om ethiek in het bedrijfsleven van onder andere econoom Lans Bovenberg. Als aanvulling daarop stuurt professor Bovenberg nu een interessant artikel van zijn hand, Herstel van vertrouwen in samenleving en bedrijfsleven, waarin hij zijn pleidooi voor ‘herbronning’ uitgebreid onderbouwt.
Volgens de vaak in de media aanwezige Lans Bovenberg is de kredietcrisis boven alles een vertrouwenscrisis, die zich echter niet beperkt tot de economie. Ook de kwaliteit van relaties en de samenleving zelf worden aangetast. En dat terwijl vertrouwen in onze hedendaagse complexe samenleving steeds noodzakelijker wordt. Immers, om met de Duitse systeemtheoreticus Nikolas Luhman te spreken, ‘Vertrouwen is de reductie van complexiteit.’
In zijn artikel komt Bovenberg niet alleen met een diagnose van het gebrek aan vertrouwen, maar ook met een therapie. Voor de samenleving als geheel en voor het bedrijfsleven in het bijzonder.
Een belangrijk uitgangspunt is voor hem daarbij: de vertrouwenscrisis is een leermoment – een kans voor bekering. Never waste a good crisis.
De crisis is ontstaan door overmoed - een misplaatst geloof in het eigen ego. De crisis is een kans voor inkeer waarbij we ons vertrouwen herzien, aldus Bovenberg. Geen restauratie van oude wegen dus, maar de moed om nieuwe heilzame wegen in te slaan.
Zo’n weg is volgens Bovenberg niet wat hij wetticisme noemt: de verleiding om alle risico’s te voorkomen door de samenleving dicht te timmeren met wet- en regelgeving. Maar hoe meer regels van bovenop worden opgelegd, hoe minder mensen zich verantwoordelijk voelen voor hun gedrag. Ook het geloof in de autonome vrijheid van het individu dat zichzelf tot wet is en die niemand verantwoording schuldig is, ziet hij als een heilloze weg. In plaats daarvan stuurt hij aan op een derde koers, een smalle weg tussen ‘de Scylla van het wetticisme en de Charybdis van de bandeloze vrijheid van het individualisme’: een weg van genade en dienstbaarheid.
En dat is, aldus Bovenberg, ook de weg voor ondernemingen en ondernemers. ‘Elk bedrijf dient zich dezelfde zijnsvraag te stellen: wie dienen we en hoe kunnen we dat duurzaam waarmaken? Het bedrijf is er niet voor zichzelf; het is er voor de ander.’
Of Bovenberg met zijn pleidooi voor genade en dienstbaarheid veel gehoor zal vinden in de vaak cynische businesswereld? Het artikel biedt in ieder geval veel inspiratie om eens goed na te denken over de toekomst van dat zo noodzakelijke vertrouwen.
Nu de wind van de crisis wat lijkt te gaan liggen, wordt de zoektocht naar wie er de schuld van moet krijgen steeds venijniger. De beschuldigende vingers blijven vooral gericht op de bankiers, en die maken het natuurlijk ook niet makkelijker om een verstandig oordeel te vellen nu ze hun bonussen weer even onbekommerd als voorheen binnenhalen. Afgelopen maandag 28 september gaf oud SNS Reaal topman Sjoerd van Keulen tijdens een bijeenkomst van het Holland Financial Centre (HFC) echter flink wat tegengas door te stellen dat 99 procent van de Nederlandse bankiers geen schuld heeft aan de crisis.
Sjoerd van Keulen als manager van het jaar 2007
Van Keulen, ook voorzitter van HFC, een stichting waarin kopstukken uit de Nederlandse financiële wereld samenwerken, vindt dat de discussies over hoe het zover is gekomen en hoe het nu verder gaat breder moeten worden. ‘Het draait niet alleen om zelfverrijking via bonussen. Dat is een simplificatie van de werkelijkheid,’ betoogde hij. De echte oorzaken? Denk aan de rente in de Verenigde Staten, die onder voormalig centrale bankier Alan Greenspan veel te laag werd gehouden, denk aan het opgelopen handelstekort in de Verenigde Staten en de onwilligheid van Chinezen daar iets aan te doen, denk aan de harde concurrentie tussen landen. En vergeet vooral niet de politieke druk in de Verenigde Staten om iedereen aan een hypotheek te helpen, of ze het nou konden betalen of niet, plus het gebrek aan toezicht, plus de gebrekkige boekhoudregels, en plus vooral het blinde geloof in de efficiënte markttheorie. En ja, een aantal bankiers dachten ten onrechte de risico’s die ze namen onder controle te hebben. En ja, sommige investment bankers hebben misbruik hebben gemaakt van de situatie door transacties te doen waar heel veel geld mee is verdiend. Maar om het nou enkel over bonussen te hebben, dat biedt geen oplossing.
Voor bestuursvoorzitter Niek Hoek van Delta Lloyd Groep die ook op de avond sprak, sloten de woorden van Van Keulen ongetwijfeld aan op wat hij onlangs in de NRC bijlage Q4 stelde: ‘Iedereen heeft daar aan bijgedragen. De consumenten hebben teveel besteed, en de banken teveel gegeven.’
De ook aanwezige AFM-voorzitter Hans Hoogervorst pleitte ondertussen voor strengere wetgeving voor banken. ‘Je bent altijd dommer dan degenen op wie je toezicht houdt’ en ‘We gaan in ieder geval niet meer concurreren op onvoorzichtigheid,’ vindt Hoogervorst.
Zeker is dat bijna niemand de crisis in deze omvang echt heeft zien aankomen en dat het laatste woord over wat er nu gaat komen nog lang niet is gezegd. In dit verband is het aardig om terug te kijken naar standpunten van vóór de ineenstorting van de financiële markten. Kijk naar deze twee toch wat ongemakkelijke films.
In onderstaande film houdt voormalig president George W. Bush een speech over huizenbezit, op 17 oktober 2002. ‘You see, we want everybody in America to own their own home. That’s what we want. This is — an ownership society is a compassionate society.’
De tweede is een recentere opname, van februari 2008. Een scherpe discussie in het tv-programma ‘De leugen regeert’ tussen financieel journalist Willem Middelkoop en hoogleraar Arjo Klamer over ‘een dreigende crisis’. Klamer: ‘De crisis is een hype.’ Middelkoop: ‘Het hele derivaten systeem, die wereld bestaat niet meer.’
De les van dit alles: het is bijzonder moeilijk om de blik helder te houden als je ergens middenin zit.
Vandaag is als bijlage in het NRC Handelsblad Q4 van Delta Lloyd Groep verschenen. Misschien heeft u het al gezien, zo niet dan kan dat ook hier.
Onder de noemer ‘Vooruitkijken in Crisistijd’ maakt Delta Lloyd Groep, aan de vooravond van Prinsjesdag 2009, de balans op na een jaar van diepe recessie. Zo wordt in Q4 onze bestuursvoorzitter Niek Hoek geïnterviewd over de noodzaak van goed risicomanagement als je de toekomst van je klanten zeker wilt stellen. Verder is er een interview met Frank Botman van Cyrte Investments, onderdeel van Delta Lloyd Groep, over hoe je de toekomst ook voor je kunt laten werken, zelfs in crisistijd.
Werken aan een zekere toekomst brengt met zich mee dat je je een voorstelling moet kunnen maken van mogelijke toekomsten, en een ongelooflijk belangrijk hulpmiddel daarbij zijn scenario’s. Hoe scenario’s eruit kunnen zien in de praktijk hebben we drie maanden geleden laten zien met Q3. Daarin werden twee door Delta Lloyd Groep ontwikkelde toekomstscenario’s met de wereld gedeeld, in de vorm van samenvattende slide shows en als twee dossiers.
Scenario’s komen tot stand door de kennis, verbeeldingskracht en ideeën van mensen binnen en buiten Delta Lloyd Groep bij elkaar te brengen. Ik ben trots dat in Q4 drie vooraanstaande publicisten die bijdragen aan ons vermogen over de toekomst na te denken hier hun visie geven op de wereld na de financiële crisis. De drie polemische artikelen sluiten aan op onze scenario’s. En omdat ze vragen om een reactie worden ze meteen ook op dit blog gepost.
De Amerikaanse econoom en publicist Robert Kuttner schrijft in ‘De toekomst: nieuw evenwicht of stagnatie?’ dat we op een kruispunt staan tussen twee wereldbeelden en visionair leiderschap hard nodig is. De Zweed Johnny Munkhammar, analist en commentator, stelt in ‘De financiële crisis – het falen van de politiek’ dat nu diepgaande hervormingen noodzakelijk zijn, waarbij hij vast een agenda opstelt voor daadkrachtige politici. Zie ook hier een gefilmd interview met Johnny Munkhammar, waarin hij uitgebreid over dit onderwerp praat.
Tenslotte de Nederlandse filosoof René Gude: hij pleit in ‘De beste duurzame delta ter wereld’ voor een on-Nederlands soort ‘grootmoedig patriottisme op een vrije wereldmarkt’. Mijn advies: lees en denk mee!
Kunnen we ons een nieuwe toekomst voorstellen waarin welvaart en duurzaamheid, economische en maatschappelijke doelen, rijke landen en ontwikkelingslanden met elkaar in evenwicht zijn? Of is de recente financiële crisis een voorteken van afglijden naar versplintering, defensief protectionisme en maatschappelijke en nationale conflicten?
Een evenwichtiger economie is zeker mogelijk, maar vergt van de politiek een ongebruikelijke verbeeldingskracht en sterk leiderschap. De directe aanleiding voor de huidige economische malaise was juist een buitengewoon grote onevenwichtigheid, waarbij Amerikaans ondernemerschap en Amerikaanse vernieuwingskracht op grote schaal zijn ingezet voor puur financiële constructies en producten, ten koste van de rest van de economie. Deze giftige innovaties hebben ook de handelspartners van de VS besmet.
De financiële sector speelde dus niet langer zijn nuttige rol van financiële bemiddelaar tussen beleggers en ondernemers in de reële economie, maar werd een wereld op zich. In deze nieuwe wereld van speculatie, hoge schuldratio’s en exorbitante rendementseisen werden zelfs normaal gesproken prudente bankiers door de gekte meegesleurd, al was het maar om geen klanten en marktaandeel te verliezen.
Wij Amerikanen hebben een chronisch handelstekort op het gebied van goederen en diensten. De afgelopen jaren waren onze meest succesvolle exportproducten giftige financiële producten en een extreme vrijemarktideologie. Beide zijn onverenigbaar met een evenwichtiger, eerlijker samenleving.
Volgens de ideologie van de extreme deregulering was vrijwel alles wat als innovatie kon worden gekenschetst goed. De combinatie van een uiterst lage rente en zeer los financieel toezicht blijkt, zo weten we inmiddels, fataal te zijn geweest.
De Europese economie zal zich waarschijnlijk sneller herstellen omdat het financiële stelsel in Europa minder vermolmd is en omdat de Europeanen flexibele sociale stelsels hebben opgebouwd. Ook de Europese industriële productie en export staan er beter voor.
De Verenigde Staten moeten drie dingen doen: de banken weer gezond maken; de financiële sector een bescheidener, meer aangemeten rol geven en er goed toezicht op uitoefenen; een macro-economisch beleid voeren waarmee opnieuw een goed functionerende reële economie kan worden opgebouwd.… >>
De mensheid was altijd arm. Duizenden jaren lang veranderde er nagenoeg niets. Je kinderen zouden hetzelfde leven leiden als jij. In 1800 was de levensstandaard van de gemiddelde Europeaan ongeveer hetzelfde als in het jaar nul. Maar toen gebeurde er iets dat alles veranderde: er kwam economische vrijheid. Langzaam maar zeker - tegen de stroom in van forse tegenstand - verwierf de mens de vrijheid om een bedrijf te beginnen, te handelen, te investeren, geld te sparen, te concurreren en te innoveren. Vandaag de dag is de gemiddelde Europeaan 15 keer rijker dan in 1820. We leven ongeveer 3 keer zo lang en we kunnen er wel van uitgaan dat onze kinderen een nog welvarender leven zullen leiden dan wijzelf.
Dit is een belangrijk perspectief om voor ogen te houden als wij praten over de crisis en over financiële instellingen. De afgelopen tweehonderd jaar - en dus nog maar kort in dit langetermijnperspectief - zijn een revolutie geweest. En verandering heeft zich nog nooit zo snel voltrokken als de afgelopen 25 jaar. De wereldhandel is met 300 procent toegenomen. Het gemiddelde mondiale inkomen is 50 procent gestegen. Extreme armoede is gehalveerd. De reden? Opnieuw: economische vrijheid. Sinds de val van de Berlijnse muur is de economische vrijheid enorm gegroeid binnen en tussen landen. Dit proces van globalisering heeft geleid tot een explosie van wereldwijde welvaart.
Er zijn talrijke economische crises geweest. Onderzoekers wijzen meestal naar vijf à tien perioden van grotere economische neergang gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar, en nog veel meer kleinere. Je kunt daaruit concluderen dat economische recessies vroeger dieper en langer waren dan tegenwoordig. Maar we bevinden ons in de eerste mondiale recessie, wat inhoudt dat er geen werelddeel in staat is de andere mee te trekken uit het dal. Dit jaar neemt de wereldhandel waarschijnlijk met tien procent af en de hele economie krimpt. De geldstroom naar ontwikkelingslanden is afgenomen met tachtig procent ten opzichte van 2007. Dit is ernstig; de negatieve sociale gevolgen zullen alleen nog maar toenemen, ook als de economie weer opleeft.… >>
Tijdens een crisis wordt alles anders, zelfs als je helemaal niets onderneemt. Een gunstige tijd voor innovatie. Goed beschouwd heb je tijdens een crisis eindelijk tijd om eens rustig naar iets constructiefs uit te kijken, want het oude is bezig zichzelf op te ruimen. Daarbij is het ook nog eens verstandig om de zaken een beetje op hun beloop te laten, want het hoofdkenmerk van een crisis is dat niemand weet wat er moet gebeuren. Of juist iedereen en dat heeft precies hetzelfde effect.
De juiste tijd dus om alle acties even op te schorten en een brede maatschappelijke discussie te starten over een ambitieus masterplan voor een smart society. Dat wil zeggen: een echte kennissamenleving en een werkende kenniseconomie. Nu kunnen de fundamenten worden gelegd om van Nederland straks een sustainable delta te maken.
Uitgewerkte ideeën over smart living en smart working maken Nederlandse huishoudens straks producenten in plaats van consumenten. Producenten van energie, zorg, voeding, mobiliteit, onderwijs, communicatie en amusement. Dat zou de kwaliteit van leven enorm kunnen verhogen: de Nederlander bungelt dan niet langer als een passieve gebruiker aan het eind van iedere productiekolom, maar staat fier en verantwoordelijk aan het begin. En een dergelijke revolutie in het uitwisselen van goederen en data is in Nederland ook nog eens minder moeilijk dan in de rest van de wereld. Het land is klein, de overheid is benaderbaar en heeft handelsgeest, de inwoners zijn hoogopgeleid maar ook pragmatisch, de wetenschap is van topklasse en de beschikbare reserves zijn zeer behoorlijk. Onze uitgangspositie in deze wereldwijde crisis is echt uitstekend.
Maar zo werken wij niet in Nederland. Consensus bereiken over een gezamenlijke toekomstvisie? We klussen gejaagd door. De een ziet zich genoodzaakt tot snelle maatregelen om te conserveren wat hij heeft. Een ander voelt zich eindelijk bevrijd om radicaal veranderingen door te voeren die tot dan toe geen enkele kans hadden. En velen zwalken heen en weer tussen angst voor en verlangen naar de onbekende toekomst. Zij lopen achteruit de toekomst in en maken in hoog tempo de ene vergissing goed met de volgende.… >>
Vrijdag publiceerden zeven Europese ministers van financiën in de Volkskrant een open brief aan de top van de G20 over de schijnbaar onuitroeibare bonuscultuur bij banken. De ministers, onder wie Wouter Bos, stellen dat banken niet opnieuw mogen vervallen in hun ‘schadelijke praktijken’ en doen een klemmend beroep op ingrijpen in bonussen en prestatiebeloningen. ‘Cynisch en gevaarlijk’ vinden de zeven ministers de opstelling van de banken, die, nu het op de financiële markten weer iets beter lijkt te gaan, onmiddellijk onbeschaamd in hetzelfde gedrag als voorheen terugvallen.
Het kan nog cynischer. Terwijl de ministers de afgelopen week ongetwijfeld druk bezig waren om hun oproep op te stellen, publiceerde David Cho van de Washington Post het artikel One Year after the Crisis ‘Banks ‘Too Big to Fail’ Have Grown Even Bigger’. Journalist Cho, die voor zijn artikelen over de aanloop van de kredietcrisis onlangs werd bekroond, constateert dat de vier grootste banken in de VS door de crisismaatregelen alleen maar nog groter zijn geworden, terwijl die monstrueuze afmetingen van financiële instituten nu juist een van de problemen vormden die leidden tot de crisis. En was de les niet dat banken nooit meer zo groot mochten worden dat omvallen tot een complete instorting van de economie zou kunnen leiden? Maar juist het voorkomen van dat omvallen, houdt het probleem in stand en maakt het zelfs erger. Of, zoals Sheila C. Bair, bestuursvoorzitter van Federal Deposit Insurance Corp het formuleert: “It fed the crisis, and it has gotten worse because of the crisis.”
De vier grootste banken - J.P. Morgan Chase, Bank of America, Wells Fargo en Citibank - hebben hun marktaandeel aanzienlijk vergroot (ze zijn goed voor de helft van alle verstrekte hypotheken en twee op de drie credit cards), ze gebruiken die dominantie om hun tarieven te verhogen, en dan profiteren ze ten opzichte van hun concurrenten ook nog van de zekerheid die de overheidssteun garandeert. Het is een pijnlijk dilemma, volgens Cho, een ‘moral hazard’, net als de discussie over bonussen. De grote banken zien hun winsten stijgen, terwijl de kleinere, zonder steun, het steeds moeilijker krijgen. En de consument trekt wederom aan het kortste eind.
Moeite om het overzicht te houden bij alle ontwikkelingen rond de financiële crisis? De Federal Reserve Bank of New York biedt een paar handige timelines.
Naast marktontwikkelingen zijn in de timelines ook alle politieke acties opgenomen. De Financial Turmoil Timeline, gaat over de situatie in de Verenigde Staten en loopt vanaf juni 2007. De International Responses to the Crisis Timeline, vanaf september 2008, laat met name zien wat de antwoorden op de crisis zijn van de G7.
De tijdslijnen worden aan het begin van elke nieuwe maand geupdated. Beide tijdslijnen bestaan zelf weer uit links naar achtergrondinformatie in recente nieuwsartikelen of naar de oorspronkelijke regeringsbesluiten.
Ook leuk (en zeker nuttig voor wie zich regelmatig in discussies over de toekomst van ons financiële systeem stort) is het Reiswoordenboek van de Kredietcrisis, een te downloaden brochure van De Nederlandsche Bank (DNB). Ondertitel: Van bad banks tot bloedbad, van credit crunch tot depressie.
Handig voor in de vakantiekoffer, volgens DNB, die voor deze intellectuele bagage de mooiste taalkundige vondsten en de lelijkste verbasteringen van de kredietcrisis heeft verzameld. Zoals Collateralized Debt Obligations, Mega-afschrijving, Ninja Hypotheken, Perverse Prikkels en het Value at Risk-principe. Met als uitsmijter het begrip kredietcrisis in dertien vreemde talen. Zo kun je ook onderweg overal meepraten.
Een retorische vraag. Er is natuurlijk altijd een toekomst. De eigenlijke vraag is:hoe ziet die toekomst er straks uit? Laat je je door de toekomst overvallen, of kun je je op de toekomst voorbereiden?
Ik ben er van overtuigd dat je je wel degelijk op die ongewisse toekomst kunt voorbereiden. Sterker nog, een financiële dienstverlener als Delta Lloyd Groep is dat zelfs aan zijn klanten en stakeholders verplicht. Delta Lloyd biedt haar klanten namelijk zekerheid aan voor producten die decennia later nog moeten werken. De pensioenpremie van vandaag, moet ook over 70 jaar de klant nog financiële zekerheid brengen. Ons voorbereiden op de toekomst is dus noodzakelijk. Daarom gebruiken wij scenario’s die in beeld brengen hoe de wereld de komende 15 jaar kan veranderen en welke consequenties dat voor ons kan hebben. Niet als voorspelling, niet als absolute waarheid, maar om in te schatten wat ons mogelijk te wachten staat. Zodat wij goed voorbereid zijn en onze klanten, maar ook onze medewerkers en andere betrokkenen, zo veel mogelijk zekerheid kunnen bieden. Juist in deze tijden van financiële crisis. Om voor nu en later aan onze verplichtingen te kunnen blijven voldoen.
De afgelopen maanden zijn we met ruim 50 mensen van binnen en buiten onze organisatie bezig geweest om twee scenario’s voor de toekomst te ontwikkelen, die we nu met u kunnen delen. Dit proces stond onder leiding van scenario-ontwikkelaar Robert Bood, die dat ook al eerder (in 2004/05) met Delta Lloyd Groep heeft gedaan. De scenario’s voor 2010 – 2025; Nieuwe Balansen en Versplintering, laten twee verschillende toekomsten zien. Geen voorspellingen, maar verkenningen van hoe het er over een jaar of 15 uit zou kunnen zien. De volgende stap wordt nu om daar mee aan de slag te gaan: onder andere door in workshops te gaan kijken wat die verschillende scenario’s zouden betekenen voor alle aspecten van ons bedrijf en welke consequenties dat heeft voor onze strategische keuzes.
‘Oefenen met de toekomst’, zo noemde scenario-ontwikkelaar Robert Bood dat onlangs in Q2, het magazine dat in maart jl. verscheen, en waarover eerder ook al op dit blog werd geschreven. In de introductie op de twee scenario’s legt hij nog eens goed uit wat precies de waarde is van scenario’s en hoe je er naar moet kijken.
Gelijk met de complete scenario’s introduceren we hier ook Q3 (de 3 staat voor derde kwartaal): twee slideshows waarin in beeld, tekst en geluid de belangrijkste ontwikkelingen uit de twee scenario’s worden neergezet.
Het is een ervaring die we graag willen delen. Wilt u daaraan mee doen, dan hoeft u alleen maar te reageren op dit blog en bouwt u zo mee om zelf een stukje van onze toekomst te ‘maken’. Wat daar uitkomt? Geen idee. Ik weet alleen zeker dat de wereld in 2025 een hele andere zal zijn dan die van vandaag.