Nog eentje in het kader van de eindejaarslijstjes: Mc Kinsey Quarterly, kwartaalpublicatie van Mc Kinsey en Company over vernieuwend denken over management, gaf eind december een overzicht van haar 10 meest gewaardeerde artikelen in 2009. Daaronder ook dit beknopte interview met Google’s ‘chief economist’ Hal Varian over de uitdagingen die internet specifiek voor managers biedt: Hal Varian on how the Web challenges managers. Het interview dateert van januari 2009, maar verdient zeker een herkansing aan het begin van dit nieuwe jaar.
Hal Varian, hoogleraar information sciences, business, and economics aan de University of California, vergelijkt deze tijd met die aan de beginjaren van de industriële revolutie, een periode waarin nieuwe technologieën de economie totaal veranderde. Zo verandert internet – en vooral: mobiel internet – onder andere de aard en inrichting van werk, van eigendomsrecht, van economische waarde, van verkoop- en marketing modellen. Ontwikkelingen die ook uitgebreid worden beschreven in het onlangs door Q1234.nl gesignaleerde onderzoeksrapport over internet van Morgan Stanley en allemaal zaken waar juist managers mee te maken krijgen.
Volgens Varian begrijpt een flink aantal managers echter nog steeds niet echt wat de economische betekenis is van de enorme hoeveelheid data die nu toegankelijk is. Voorspelling: het meest sexy beroep van de komende jaren wordt statisticus. Alles draait immers om het vermogen al die overvloedig aanwezige data te begrijpen, te verwerken, te visualiseren, te communiceren en er waarde uit te halen. Statistici zijn daarbij essentieel, maar managers moeten uiteindelijk zelf in staat zijn al die data te begrijpen en toe te passen.
Op de lijstjes beste business boeken van 2009 die nu beginnen op te duiken, gooit Free: The Future of a Radical Price van Chris Anderson hoge ogen. Chris Anderson, hoofdredacteur van WIRED magazine, curator van TED (Ideas Worth Spreading) en schrijver van de bestseller The Long Tail: Why the Future of Business Is Selling Less of More (2006) stelt in Free dat in de digitale wereld het concept Gratis de markt radicaal verandert. Het is even onoverkomelijk als de zwaartekracht, zegt Anderson, en elke business gaat er volgens hem vroeger of later mee te maken krijgen.
Anderson geeft in het boek meteen een prachtig voorbeeld van wat hij bedoelt. Hij citeert de zangeres Sheryl Crow die zich beklaagt over het feit ‘dat sommige mensen denken dat muziek gratis is’. Een grote misvatting, vindt hij, want Crow gaat eraan voorbij dat ze met haar ‘gestolen’ liedjes deelneemt aan twee typische interneteconomieën waarin geld geen enkele rol speelt: economieën waarin wordt afgerekend in aandacht en in reputatie. En daarmee kan Crow uiteindelijk juist heel veel geld verdienen. Bijvoorbeeld met concerten, merchandising en licenties. Denk aan popband Radiohead, die financieel gezien een van de meest succesvolle cd introducties ooit had door hun cd gratis online aan te bieden.
Free is zo de essentiële eerste stap op weg naar opbrengsten. Dat geldt zeker voor digitale businesses, waar de marginale kosten van reproduceren en distribueren van producten bijna nihil zijn.
Google is misschien wel hét voorbeeld van hoe het weggeven van een groot aantal zaken tot een zeer succesvol verdienmodel kan leiden. Voor een branche als verzekeren lijkt Gratis wat minder voor de hand liggend, maar Anderson wijst op twee ontwikkelingen die relevant zijn voor welke branche dan ook. Ten eerste wordt het gratis leveren van goederen en diensten door de jongste generatie consumenten al als volledig vanzelfsprekend gezien. Dat is immers hun ervaring met bijvoorbeeld gratis software, delen van muziek, gratis accounts bij Hyves en Hotmail, en dus verwachten ze niet anders. Ten tweede kan Gratis worden beschouwd als de nieuwste variant op massamedia: door het weg te geven, creëer je aandacht. En misschien wel meer dan met welke duurbetaalde advertentie ook. En als die aandacht er eenmaal is, dan kun je je product verkopen.
Free is een boek waarvan de lezer volgens de uitgever kan leren wat ‘out of the box thinking’ daadwerkelijk inhoudt. Voor wie dat wil: Free wordt natuurlijk gratis aangeboden Ga naar de site van uitgever Nieuw Amsterdam voor een complete download. Liever een gratis Engelstalige luisterversie van FREE?
Op onderstaande video legt Anderson in een paar onderhoudende minuten het concept Free persoonlijk uit.
Zoals ondertussen door weinigen gemist zal zijn, is 2009 uitgeroepen tot het Darwinjaar. Charles Darwin werd 200 jaar geleden geboren en gaf 150 jaar geleden The Origin of Species uit. Hierin beschreef hij hoe soorten zich aanpassen aan veranderende omstandigheden en zo hun kansen op overleven vergroten.
Ook organisaties kunnen wat van Darwin leren: ook zij moeten zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Voor financiële dienstverleners komen deze veranderingen van verschillende kanten en in hoog tempo. De overheid stelt vanuit haar wetgevende en toezichthoudende rol strenge eisen. Zeker bij organisaties die staatssteun hebben ontvangen, kijkt de hele maatschappij kritisch mee. Tegelijkertijd vragen consumenten om transparante en goedkope producten, die via (combinaties van) verschillende kanalen af te sluiten zijn. Dit stelt weer eisen aan het inzetten van technologie.
De uitdaging voor organisaties is hoe te zorgen voor de juiste ‘fit’ tussen de organisatie en de omstandigheden. Michael Goold en Andrew Campbell van het Ashridge Strategic Management Centre in Londen geven in een artikel in de Harvard Business Review negen vragen die bedrijven zich bij het ontwerpen van hun organisatie zouden moeten stellen. In de praktijk zijn deze vragen een goede toets (en checklist) gebleken om het ontwerp van organisaties te beoordelen. Hieronder staan zes van deze vragen zeer beknopt beschreven.
1. Stuurt het ontwerp van de organisatie voldoende managementaandacht naar de bronnen van concurrentievoordeel in elke markt?
Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet een organisatie weten wat haar concurrentievoordeel is. Wat kan ons bedrijf nu echt duurzaam beter dan de anderen?
In mijn omgeving merk ik dat het mensen (met name particulieren) weinig uitmaakt waar ze bankieren of verzekerd zijn. Er zijn wel uitzonderingen, zoals een bevriende ondernemer die voor zijn pensioencontract Delta Lloyd heeft gekozen vanwege de goede aansluiting op zijn bank, Triodos. Die bank is op zijn beurt weer gekozen om ideële redenen.
2. Helpt het ontwerp van de organisatie het moederbedrijf om waarde toe te voegen?
Achter veel merken op de financiële markt zit een beperkt aantal moederbedrijven. Zo’n moeder kan een belangrijke steun zijn voor de onderliggende merken en bedrijfsonderdelen. De uitdaging voor de moeders is om er voor te zorgen dat de onvermijdelijke kosten van het moederbedrijf leiden tot zo hoog mogelijke baten voor de dochters en/ of het gehele concern.
3. Reflecteert het ontwerp van de organisatie de sterkten, zwakten en motivatie van haar mensen?
Organisaties zijn niet los te zien van de mensen die er werken. In Nederland kan je (gelukkig!) niet je personeel vervangen als de omstandigheden veranderen. Hierdoor hangt het succes van een organisatie sterk af van de mensen. Maken we gebruik van hun kracht? En kunnen en willen zij veranderen als de omstandigheden dat vragen?
4. Is bij het ontwerpen van de organisatie rekening gehouden met de implementatie?
We hebben het plan, het ‘harkje’ is getekend. Nu moet het alleen nog ‘even’ werkelijkheid worden. Dat blijkt vaak weerbarstig. Moeilijkheden uit mijn praktijk variëren van een lange doorlooptijd van formaliteiten voor een wijziging van juridische structuur tot het niet tijdig plaatsen van telefoons op de bureaus van de medewerkers.
5. Beschermt het ontwerp van de organisatie eenheden die een specifieke cultuur nodig hebben?
Op de financiële markten stellen klanten verschillende eisen. Zij willen bijvoorbeeld innovatieve maar goedkope producten. Veel bedrijven zetten in op kostenbesparing om de prijs laag te houden. Maar innovatie vraagt om een andere cultuur dan kostenbeheersing. Hoe ga je daar mee om?
6. Levert het ontwerp van de organisatie flexibiliteit?
Zullen de veranderingen in onze branche op korte termijn stoppen? Ik zie geen reden om dat aan te nemen. Een van de kernfuncties van onze organisaties is daarom dat zij in de toekomst steeds beter met verandering om kunnen gaan. Als ‘verandering de enige constante’ is, zijn die organisaties ‘the fittest’.
In de komende tijd zal ik op bovenstaande vragen antwoorden zoeken. Ik nodig lezers van dit blog uit hun ideeën daarover te delen.
Nu de wind van de crisis wat lijkt te gaan liggen, wordt de zoektocht naar wie er de schuld van moet krijgen steeds venijniger. De beschuldigende vingers blijven vooral gericht op de bankiers, en die maken het natuurlijk ook niet makkelijker om een verstandig oordeel te vellen nu ze hun bonussen weer even onbekommerd als voorheen binnenhalen. Afgelopen maandag 28 september gaf oud SNS Reaal topman Sjoerd van Keulen tijdens een bijeenkomst van het Holland Financial Centre (HFC) echter flink wat tegengas door te stellen dat 99 procent van de Nederlandse bankiers geen schuld heeft aan de crisis.
Sjoerd van Keulen als manager van het jaar 2007
Van Keulen, ook voorzitter van HFC, een stichting waarin kopstukken uit de Nederlandse financiële wereld samenwerken, vindt dat de discussies over hoe het zover is gekomen en hoe het nu verder gaat breder moeten worden. ‘Het draait niet alleen om zelfverrijking via bonussen. Dat is een simplificatie van de werkelijkheid,’ betoogde hij. De echte oorzaken? Denk aan de rente in de Verenigde Staten, die onder voormalig centrale bankier Alan Greenspan veel te laag werd gehouden, denk aan het opgelopen handelstekort in de Verenigde Staten en de onwilligheid van Chinezen daar iets aan te doen, denk aan de harde concurrentie tussen landen. En vergeet vooral niet de politieke druk in de Verenigde Staten om iedereen aan een hypotheek te helpen, of ze het nou konden betalen of niet, plus het gebrek aan toezicht, plus de gebrekkige boekhoudregels, en plus vooral het blinde geloof in de efficiënte markttheorie. En ja, een aantal bankiers dachten ten onrechte de risico’s die ze namen onder controle te hebben. En ja, sommige investment bankers hebben misbruik hebben gemaakt van de situatie door transacties te doen waar heel veel geld mee is verdiend. Maar om het nou enkel over bonussen te hebben, dat biedt geen oplossing.
Voor bestuursvoorzitter Niek Hoek van Delta Lloyd Groep die ook op de avond sprak, sloten de woorden van Van Keulen ongetwijfeld aan op wat hij onlangs in de NRC bijlage Q4 stelde: ‘Iedereen heeft daar aan bijgedragen. De consumenten hebben teveel besteed, en de banken teveel gegeven.’
De ook aanwezige AFM-voorzitter Hans Hoogervorst pleitte ondertussen voor strengere wetgeving voor banken. ‘Je bent altijd dommer dan degenen op wie je toezicht houdt’ en ‘We gaan in ieder geval niet meer concurreren op onvoorzichtigheid,’ vindt Hoogervorst.
Zeker is dat bijna niemand de crisis in deze omvang echt heeft zien aankomen en dat het laatste woord over wat er nu gaat komen nog lang niet is gezegd. In dit verband is het aardig om terug te kijken naar standpunten van vóór de ineenstorting van de financiële markten. Kijk naar deze twee toch wat ongemakkelijke films.
In onderstaande film houdt voormalig president George W. Bush een speech over huizenbezit, op 17 oktober 2002. ‘You see, we want everybody in America to own their own home. That’s what we want. This is — an ownership society is a compassionate society.’
De tweede is een recentere opname, van februari 2008. Een scherpe discussie in het tv-programma ‘De leugen regeert’ tussen financieel journalist Willem Middelkoop en hoogleraar Arjo Klamer over ‘een dreigende crisis’. Klamer: ‘De crisis is een hype.’ Middelkoop: ‘Het hele derivaten systeem, die wereld bestaat niet meer.’
De les van dit alles: het is bijzonder moeilijk om de blik helder te houden als je ergens middenin zit.
Vandaag is als bijlage in het NRC Handelsblad Q4 van Delta Lloyd Groep verschenen. Misschien heeft u het al gezien, zo niet dan kan dat ook hier.
Onder de noemer ‘Vooruitkijken in Crisistijd’ maakt Delta Lloyd Groep, aan de vooravond van Prinsjesdag 2009, de balans op na een jaar van diepe recessie. Zo wordt in Q4 onze bestuursvoorzitter Niek Hoek geïnterviewd over de noodzaak van goed risicomanagement als je de toekomst van je klanten zeker wilt stellen. Verder is er een interview met Frank Botman van Cyrte Investments, onderdeel van Delta Lloyd Groep, over hoe je de toekomst ook voor je kunt laten werken, zelfs in crisistijd.
Werken aan een zekere toekomst brengt met zich mee dat je je een voorstelling moet kunnen maken van mogelijke toekomsten, en een ongelooflijk belangrijk hulpmiddel daarbij zijn scenario’s. Hoe scenario’s eruit kunnen zien in de praktijk hebben we drie maanden geleden laten zien met Q3. Daarin werden twee door Delta Lloyd Groep ontwikkelde toekomstscenario’s met de wereld gedeeld, in de vorm van samenvattende slide shows en als twee dossiers.
Scenario’s komen tot stand door de kennis, verbeeldingskracht en ideeën van mensen binnen en buiten Delta Lloyd Groep bij elkaar te brengen. Ik ben trots dat in Q4 drie vooraanstaande publicisten die bijdragen aan ons vermogen over de toekomst na te denken hier hun visie geven op de wereld na de financiële crisis. De drie polemische artikelen sluiten aan op onze scenario’s. En omdat ze vragen om een reactie worden ze meteen ook op dit blog gepost.
De Amerikaanse econoom en publicist Robert Kuttner schrijft in ‘De toekomst: nieuw evenwicht of stagnatie?’ dat we op een kruispunt staan tussen twee wereldbeelden en visionair leiderschap hard nodig is. De Zweed Johnny Munkhammar, analist en commentator, stelt in ‘De financiële crisis – het falen van de politiek’ dat nu diepgaande hervormingen noodzakelijk zijn, waarbij hij vast een agenda opstelt voor daadkrachtige politici. Zie ook hier een gefilmd interview met Johnny Munkhammar, waarin hij uitgebreid over dit onderwerp praat.
Tenslotte de Nederlandse filosoof René Gude: hij pleit in ‘De beste duurzame delta ter wereld’ voor een on-Nederlands soort ‘grootmoedig patriottisme op een vrije wereldmarkt’. Mijn advies: lees en denk mee!
Kunnen we ons een nieuwe toekomst voorstellen waarin welvaart en duurzaamheid, economische en maatschappelijke doelen, rijke landen en ontwikkelingslanden met elkaar in evenwicht zijn? Of is de recente financiële crisis een voorteken van afglijden naar versplintering, defensief protectionisme en maatschappelijke en nationale conflicten?
Een evenwichtiger economie is zeker mogelijk, maar vergt van de politiek een ongebruikelijke verbeeldingskracht en sterk leiderschap. De directe aanleiding voor de huidige economische malaise was juist een buitengewoon grote onevenwichtigheid, waarbij Amerikaans ondernemerschap en Amerikaanse vernieuwingskracht op grote schaal zijn ingezet voor puur financiële constructies en producten, ten koste van de rest van de economie. Deze giftige innovaties hebben ook de handelspartners van de VS besmet.
De financiële sector speelde dus niet langer zijn nuttige rol van financiële bemiddelaar tussen beleggers en ondernemers in de reële economie, maar werd een wereld op zich. In deze nieuwe wereld van speculatie, hoge schuldratio’s en exorbitante rendementseisen werden zelfs normaal gesproken prudente bankiers door de gekte meegesleurd, al was het maar om geen klanten en marktaandeel te verliezen.
Wij Amerikanen hebben een chronisch handelstekort op het gebied van goederen en diensten. De afgelopen jaren waren onze meest succesvolle exportproducten giftige financiële producten en een extreme vrijemarktideologie. Beide zijn onverenigbaar met een evenwichtiger, eerlijker samenleving.
Volgens de ideologie van de extreme deregulering was vrijwel alles wat als innovatie kon worden gekenschetst goed. De combinatie van een uiterst lage rente en zeer los financieel toezicht blijkt, zo weten we inmiddels, fataal te zijn geweest.
De Europese economie zal zich waarschijnlijk sneller herstellen omdat het financiële stelsel in Europa minder vermolmd is en omdat de Europeanen flexibele sociale stelsels hebben opgebouwd. Ook de Europese industriële productie en export staan er beter voor.
De Verenigde Staten moeten drie dingen doen: de banken weer gezond maken; de financiële sector een bescheidener, meer aangemeten rol geven en er goed toezicht op uitoefenen; een macro-economisch beleid voeren waarmee opnieuw een goed functionerende reële economie kan worden opgebouwd.… >>
De mensheid was altijd arm. Duizenden jaren lang veranderde er nagenoeg niets. Je kinderen zouden hetzelfde leven leiden als jij. In 1800 was de levensstandaard van de gemiddelde Europeaan ongeveer hetzelfde als in het jaar nul. Maar toen gebeurde er iets dat alles veranderde: er kwam economische vrijheid. Langzaam maar zeker - tegen de stroom in van forse tegenstand - verwierf de mens de vrijheid om een bedrijf te beginnen, te handelen, te investeren, geld te sparen, te concurreren en te innoveren. Vandaag de dag is de gemiddelde Europeaan 15 keer rijker dan in 1820. We leven ongeveer 3 keer zo lang en we kunnen er wel van uitgaan dat onze kinderen een nog welvarender leven zullen leiden dan wijzelf.
Dit is een belangrijk perspectief om voor ogen te houden als wij praten over de crisis en over financiële instellingen. De afgelopen tweehonderd jaar - en dus nog maar kort in dit langetermijnperspectief - zijn een revolutie geweest. En verandering heeft zich nog nooit zo snel voltrokken als de afgelopen 25 jaar. De wereldhandel is met 300 procent toegenomen. Het gemiddelde mondiale inkomen is 50 procent gestegen. Extreme armoede is gehalveerd. De reden? Opnieuw: economische vrijheid. Sinds de val van de Berlijnse muur is de economische vrijheid enorm gegroeid binnen en tussen landen. Dit proces van globalisering heeft geleid tot een explosie van wereldwijde welvaart.
Er zijn talrijke economische crises geweest. Onderzoekers wijzen meestal naar vijf à tien perioden van grotere economische neergang gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar, en nog veel meer kleinere. Je kunt daaruit concluderen dat economische recessies vroeger dieper en langer waren dan tegenwoordig. Maar we bevinden ons in de eerste mondiale recessie, wat inhoudt dat er geen werelddeel in staat is de andere mee te trekken uit het dal. Dit jaar neemt de wereldhandel waarschijnlijk met tien procent af en de hele economie krimpt. De geldstroom naar ontwikkelingslanden is afgenomen met tachtig procent ten opzichte van 2007. Dit is ernstig; de negatieve sociale gevolgen zullen alleen nog maar toenemen, ook als de economie weer opleeft.… >>
In Nieuwe Balansen, één van de twee scenario’s voor de toekomst die Delta Lloyd Groep onlangs met de wereld deelde, staat het ook: macho is zóóó 20e eeuw. (slide 21 van Nieuwe Balansen). De toekomst is aan vrouwelijke waarden, en dat vindt de Amerikaanse (conservatieve) journalist Reihan Salam ook. In een artikel in Foreign Policy (22 juni 2009) betoogt hij dat het einde van de mannelijke dominantie in de wereld in zicht komt. Dat we nu al jarenlang een geleidelijke machtsverschuiving zien naar vrouwen, maar dat de Great Recession waar we nu inzitten een revolutie veroorzaakt. Het is de definitieve doodslag voor wat Salam noemt ‘the macho men’s club called finance capitalism that got the world into the current economic catastrophe’, maar erger nog is dat het een collectieve crisis is voor miljoenen werkende mannen wereldwijd.
Sommige economen en bloggers hebben het al over de ‘He-cession’. Overal ter wereld zijn het vooral de mannen die hun baan kwijt raken. Want het zijn de traditionele mannenbranches als constructie en zware industrie waar de val het hardste gaat, terwijl de traditionele vrouwensectoren – denk aan ambtenaren, gezondheidszorg en onderwijs – beter overeind blijven. Zelfs president Obama zei het onlangs in de New York Times, naar aanleiding van de grote problemen in de auto-industrie: “Women are just as likely to be the primary bread earner, if not more likely, than men are today.”
In het goed onderbouwde en onderhoudende artikel stelt Reihan Salan dat het Y chromosome tot veel narigheid heeft geleid, en daarbij sluit hij aan bij de visie van gezaghebbend econoom Simon Johnson op de financiële oligarchie’. Maar hij schrijft ook dat de opkomst van de vrouwen niet per se leidt tot een betere wereld. Er valt immers, kijk naar de geschiedenis, weinig goeds te verwachten van mannen zonder baan die hun maatschappelijke positie kwijt zijn. En waar in Amerika en Europa de man misschien kan leren omgaan met de nieuwe situatie, voor landen als China acht hij een nightmare scenario van exploderend geweld niet ondenkbaar.
Bereid je voor op de nieuwe wereldorde en lees het artikel in Foreign Policy.
Niet alleen Delta Lloyd Groep ontwikkelt scenario’s voor de toekomst. Ook het World Economic Forum (WEF) gebruikt scenario’s om zich voor te bereiden op de toekomst van de financiële dienstverlening. De invloedrijke organisatie waarin de leiders van deze wereld – CEO’s van grote bedrijven, staatshoofden en ministers, vooraanstaande intellectuelen en journalisten – zich verenigen en die jaarlijks in Davos bijeenkomt, kent ook talloze communities en initiatives; scenario planning is daar één van.
Het Forum gebruikt scenario’s als een belangrijk middel to improve the state of the world. Scenario’s lenen zich hier bij uitstek voor omdat ze de discussie uit het vaak zeer beladen en gepolariseerde ‘heden’ verplaatst naar een voor iedereen onbekende toekomst. Daarmee overstijgen scenario’s de korte termijn tegenstellingen tussen de diverse belanghebbenden en creëren ze een nieuw neutraal perspectief voor gezamenlijkheid. Zo kunnen partijen van over de hele wereld, met vaak conflicterende visies, toch met elkaar in dialoog op zoek naar een gemeenschappelijke taal. Zo ook het WEF.
In een reactie op de kredietcrisis zette het WEF dus het project New Financial Architecture op, dat in januari van dit jaar haar eerste rapport publiceerde: ‘The Future of the Global Financial Sytem: A Near –Term Outlook and Long-Term Scenario’s’.
Meer dan 250 financiële experts, beleidsmakers en academici droegen bij aan het identificeren en ordenen van de belangrijkste krachten die de toekomst van het wereldwijde financiële systeem zullen vormen tussen nu en 2020.
Het initiële rapport schets voor de nabije toekomst een wereld van onder meer versterkt toezicht, een beweging naar back to basics in de bankensector en de opkomst van nieuwe winnaars en verliezers.
Voor de lange termijn geeft het rapport aan dat de belangrijkste onzekerheden liggen in het tempo waarin de nieuwe economische machten het overnemen van de oude en de mate waarin internationaal wordt samengewerkt aan financieel beleid. Vier scenario’s bestuderen de ontwikkelingen voor het wereldwijde financiële systeem die denkbaar zijn, samengevat door het WEF in een korte en heldere film.
In de tweede fase van het New Financial Architecture Project, met bijeenkomsten in onder andere het Chinese Dalian in september, gaat het WEF dieper in op de implicaties van de scenario’s. Doel: zoeken naar gezamenlijke strategieën en systematische verbeteringen. Onder meer door diepgaand te bestuderen wat mogelijke oorzaken kunnen zijn voor toekomstig systeemfalen en door te zoeken naar mogelijkheden om de sector te herpositioneren voor een duurzame, langetermijn groei die leidt tot maximale welvaart en stabiliteit.
Lees meer over het project op de site van het WEF onder Scenario Planning onder andere ook specifieke scenario’s voor opkomende economieën als India en China, en het rapport ‘The Future of Pensions and Healthcare in a Rapidly Ageing World – Scenarios to 2030’.
Natuurlijk is het aardig om de scenario’s van het WEF dan weer te toetsen aan die van Delta Lloyd Groep en te kijken wat daar de consequenties van zijn. Want dat is uiteindelijk het doel van scenario’s; niet het voorspellen van de toekomst, maar het voorbereiden op wat die toekomst ons kan brengen.
De toekomst van de financiële dienstverlening en de toekomst van onze klanten hebben veel met elkaar te maken. Gaat het slecht met de financiële wereld, dan staan ook de pensioenen onder druk. De meeste Nederlanders weten dat natuurlijk wel. Maar weten ze eigenlijk ook wat er echt aan de hand is?
Pensioenfonds en verzekeraar staan voor dezelfde vraag: hoe bieden we onze deelnemers een zo hoog mogelijk perspectief op indexatie? Dat je daarbij zowel je beleggings- als je renterisico moet afdekken, is een les die op dit moment vooral ondernemingspensioenfondsen op de harde manier leren. Om te kunnen voortbestaan, zul je je voortdurend kritisch moeten afvragen of je nog wel op de juiste weg bent.
De gemiddelde Nederlander weet over het algemeen wel dat de daling van de dekkingsgraad van pensioenfondsen gevolgen heeft voor de hoogte van (toekomstige) pensioenaanspraken. Vooral oudere werknemers en gepensioneerden zijn zelfs in staat het dekkingspercentage van hun pensioenfonds te noemen (“mijn fonds is in onderdekking, de dekkingsgraad is kleiner dan 100 procent!”). Maar slechts weinig mensen blijken zich te realiseren dat voor een werkelijk welvaarts- of waardevastpensioen dekkingsgraden nodig zijn van meer dan 150 procent. Ze hebben niet door wat het betekent als een pensioenfonds langere tijd vanwege een tegenvallende dekkingsgraad niet of slechts gedeeltelijk indexeert. Dat dat betekent dat je na een lang werkzaam leven en jarenlange afdracht van pensioenpremie niet eens een half ei krijgt, maar gewoon een lege dop. … >>